Zeven magere jaren – The Seven Years War in Europe

door Frank van den Bergh

Er wordt wel eens door historici beweerd dat de Zevenjarige oorlog (1756-1763) eigenlijk de naam van de Eerste Wereldoorlog verdient. En met reden. De strijd werd niet alleen in Europa, maar ook in Noord-Amerika, de Caraïben en in India uitgevochten. In Amerika leidde het tot de ondergang van het Franse rijk in Canada terwijl in India de Franse positie een flinke verzwakking onderging maar niet definitief uitgeschakeld werd. Maar de focus van deze recensie ligt op Europa.

Duitsland werd het toneel van een grote strijd die uitgevochten werd tussen Brandenburg-Pruisen onder koning Frederik II aan de ene kant en het Oostenrijkse Koninkrijk onder koningin Maria Theresia aan de andere kant. Naarmate de oorlog voortduurde werden ook andere landen erbij betrokken. Frankrijk, Rusland, Zweden en de kleinere staten van het Heilige Römische Reich der Deutsche Nation namen deel aan Oostenrijkse zijde; Engeland, Hannover, Hessen-Kassel en een paar kleinere staten schaarden zich aan de zijde van Pruisen.

De koning van Pruisen, Frederik de Grote, mag zonder meer als aanstichter van deze oorlog gezien worden. Hij had zowel de Franse koning als de Russische tsarina tegen zich in het harnas gejaagd. Daar naast had Frederik zijn leger uitgebreid tot 150.000 man en 14.000.000 thaler opzij gelegd voor een nieuwe oorlog. Hij begon de oorlog door zonder oorlogsverklaring de Oostenrijkse bondgenoot Saksen binnen te vallen. Het Saksische leger sloot zich op in de vesting Pirna en moest, toen Oostenrijkse hulp uitbleef, capituleren. Na de capitulatie werden de Saksische regimenten gedwongen ingelijfd in het Pruisische leger (dit was niet zo'n succes; als ze even konden deserteerden de Saksen en voegden zij zich bij nieuwe Saksische regimenten die vooral op het westelijke strijdtoneel opereerden). Bovendien verklaarden Frankrijk, Rusland en Zweden de oorlog aan Pruisen.

Dit betekende dat vanaf 1757 Pruisen niet langer vocht voor het behoud van de provincie Silezië, die zij in de Silezische oorlogen van Oostenrijk hadden afgepikt, maar puur om als staat te overleven. Begin 1757 vielen de Pruisen Bohemen binnen, hetgeen leidde tot de slag bij Praag, die weliswaar door de Pruisen gewonnen werd, maar waar zij weinig voordeel van hadden. Praag werd tevergeefs belegerd en toen Frederik af wilde rekenen met een Oostenrijks ontzettingsleger onder veldmaarschalk von Daun werd hij bij Kolin zo verpletterend verslagen dat hij Bohemen in zijn geheel opgaf. Want ondertussen waren Russische troepen Oost-Pruisen binnengevallen en hadden een klein Pruisisch leger bij Gross-Jägerndorf verslagen terwijl ook het Zweedse leger zich begon te roeren.

Hoewel het er slecht voor Frederik uitzag hadden de verschillende geallieerden echter grote moeite om hun offensieven op elkaar af te stemmen (d.w.z. er was totaal geen coördinatie tussen de geallieerden). De Russen in Oost-Pruisen trokken zich weer terug omdat ze dachten dat de keizerin dood was en de Fransen deden nog niet veel. Pas in november begonnen zij zich met 50.000 man te roeren, waaronder ook troepen van het Roomse Rijk (1). Frederik ontmoette hen bij Rossbach waar het Franse leger een verpletterende nederlaag leed. Direct daarop moest hij weer terugmarcheren naar Silezië, waar de vesting Breslau door de Oostenrijkers belegerd werd en gevallen was. Dit leidde op 5 december tot de slag bij Leuthen, waarin Frederik hen, in een van zijn grootste overwinningen ooit, versloeg.

In 1758 kreeg Frederik met tegenslagen te maken: Een hernieuwde invasie van Moravië moest hij afbreken toen zijn zwaar geëscorteerde bevoorradingstrein van meer dan 4.000 wagens verloren ging. Daarna marcheerde Frederik naar Brandenburg, waar een sterk Russisch leger onder Fermor naar binnen was getrokken. Dit leger werd in het onbesliste bloedbad van Zorndorf gestuit, maar Frederik kon niet achtervolgen omdat hij in Silezië alweer het hoofd moest bieden aan een nieuwe Oostenrijkse aanval. Bij Hochkirch leed hij echter een gevoelige nederlaag tegen Daun, die tweemaal zo sterk was als hij. Daar Daun echter niet achtervolgde wist Frederik te redden wat er te redden viel.

In 1759 namen Frederiks problemen nog verder toe. Een nieuw Russisch leger onder Saltykov had Frankfurt aan de Oder bereikt en Frederik ging bij Künersdorf de strijd ermee aan. Het resultaat was een bloedbad (2) en opnieuw een zware nederlaag voor Frederik. Maar omdat Saltykov bang was dat groothertog Peter, bewonderaar van Frederik de Grote, op het punt stond om de Russische troon te bestijgen, zette hij geen achtervolging van het verslagen Pruisische leger in en Frederik kon zich weer terugtrekken op Saksen.

De Oostenrijkse troepen onder Daun, die zich daar bevonden, trokken zich terug, maar een achtervolgend detachement Pruisen (15.000 man) werd door Daun omsingeld en moest bij Maxen de wapens trekken. Hierop trok Frederik naar Silezië, waar hij bij Liegnitz opnieuw de confrontatie met Daun aanging. De Pruisen waren drie tegen één in de minderheid, maar durfden een gewaagde nachtaanval aan. Een deel van de Oostenrijkers werd grondig verwoest terwijl de andere Oostenrijkers en een nabij gelegen Russisch leger er bij stonden en er naar keken. Maar Frederik kon toch niet blijven. De laatste grote slag van de Zevenjarige oorlog werd bij Torgau uitgevochten, waar uiteindelijk Daun verslagen werd.

Hierna veranderden zaken op het politieke terrein. De nieuwe Britse koning, George III, wilde de oorlog beëindigen en stopte de subsidie aan Pruisen en tsarina Elisabeth overleed en werd opgevolgd door haar zeer pro-Pruisische zoon Peter. Deze ging onmiddellijk een tegen Oostenrijk gericht bondgenootschap aan met Frederik. Hoewel Peter maar kort op de troon zat (hij werd vermoord) had de nieuwe tsarina, Catharina de Grote, geen zin in voortzetting van de oorlog. Nu was Oostenrijk zo geïsoleerd dat tegen eind 1762 Maria Theresia instemde met onderhandelingen en in februari 1763 werd de vrede van St. Hubertusburg getekend. Dit onderlijnde de opkomst van Pruisen als macht in Midden-Europa. Pruisen had uiteindelijk gevochten voor het naakte bestaan en het had gewonnen.

Tot zover de geschiedenisles. Over de jaren heen heeft Frederik de Grote en zijn tijd herhaaldelijk wargame ontwerpers aangesproken. Een van dezen was Joseph Miranda, die in september 1993 het spel The Seven Years War in Europe (SYWiE) publiceerde in Strategy & Tactics 163. Zoals verwacht kan worden bevatte het tijdschrift een uitgebreid achtergrondartikel over de Zevenjarige oorlog. Maar onze aandacht gaat toch principieel uit naar het spel.

Kaart en counters

Kaart en counters zijn van de standaard die we van Decision Games mogen verwachten: duidelijk en zonder al te veel franjes. De kaart is er één met de gebruikelijke hexes en toont Midden-Europa van Nederland tot aan Koningsberg en van Stralsund tot aan Zweden. Wat de varianten van terrein betreft is de kaart simpel: er zijn slechts open hokjes, hokjes met ruw terrein, bergen en rivieren (en forten, waarover later meer). Helaas staat er niet in de regels wat de schaal van het spel is. De kaart maakt een redelijk accurate indruk, met een opvallende kleine fout. Maastricht is volgens Joseph Miranda een vesting van het Heilige Romeinse Rijk. Dat is natuurlijk niet zo. Wel is het fijn om te zien dat Nijmegen als enige echt Nederlandse vesting op de kaart staat (hoezo is die Frank chauvinistisch?) en nog correct gespeld ook. Dat is bij andere spellen (nee, we noemen geen namen) wel eens anders geweest.

De 240 counters zijn vergelijkbaar met de kaart, dat wil zeggen simpel, duidelijk, zonder franje en tonen in geval van eenheden het land, de sterkte, de klasse van de troepen en de bewegingswaarde. Die klasse moet even uitgelegd worden. Er zijn vier klassen: guard, veteran, line en rabble. Hoe lager de klasse van het troependeel, hoe groter de kans dat zij deserteren bij een moreel check. Sommige eenheden, die deel uitmaken van een veldleger, hebben een witte streep aan de bovenrand van de counter. De leiders hebben een tekening van een ruiter met de naam van de leider en de strategische en tactische waarde van die leider en diens bewegingswaarde.

Aan de achterkant zijn de counters van een land allen voorzien van het wapen van dat land, zodat ze face down er allen hetzelfde uitzien. Dat zorgt er natuurlijk voor dat je de sterkte van de vijandelijke eenheden niet weet totdat je er tegenaan loopt of het laat verkennen door je cavalerie of lichte troepen. Een counter kan alleen een leider of een eenheid zijn, of ook het hele Pruisische leger onder Frederik de Grote. Het is dan ook aan te raden om gebruik te maken van de reconnaissance regel.

Zo banjerde ik eens, in de verwachting dat Frederik zich met de Oostenrijkers bezig zou houden, met mijn Russen Brandenburg binnen, waar slechts één counter stond. Die ene counter bleek echter wel Frederik te zijn die daar met een zeer groot deel van het Pruisische leger aan het joggen was... Oops... Foutje, ehh... wij komen wel terug als u er niet meer bent... Wilt u alstublieft niet meer zo hard slaan...? Kortom, meer dan de helft van het Russische leger ging de mand in en het gevaar uit het oosten was voor lange tijd gekeerd.

Spelsysteem

Het spel is gedeeltelijk gebaseerd op Miranda's eerdere spellen over de oorlogen van de 19e eeuw. Het wordt gespeeld in beurten van elk een kwartaal (vier beurten per jaar, dus). Dat lijkt weinig, maar omdat er in elke beurt drie impulse segments zijn heb je het eigenlijk over twaalf beurten per jaar met een paar sub-fases ertussen.

Een beurt begint met een Event Segment waarin de speler die voorop staat in de Balance of Power twee dobbelstenen gooit op de Historical Events Table. Die events kunnen variëren van no event tot allerlei gebeurtenissen, zoals Turken die Oostenrijk of Rusland de oorlog verklaren of een Pruisische vijand die plotseling neutraal wordt (zoals Rusland deed toen tsarina Elisabeth in 1762 overleed en vervangen werd door haar pro-Pruisische zoon Peter III).

Dan volgt (alleen in het advanced game) het Diplomacy Segment, waarin spelers Diplomacy points vergaren, krijgsgevangenen kunnen uitwisselen en Diplomacy points gebruiken om via de Diplomatic Conflict Table proberen neutralen en vijandige staten te beïnvloeden.

De eigenlijke actie van het spel vindt plaats gedurende de drie Impulse segments. In die segments probeert de Pruisische speler eerst al zijn troepen te bewegen en kan een pionier eenheid die stil blijft staan een veld versterking bouwen. Daarna kan de Pruisische speler aanvallen en belegeringen uitvoeren. Tenslotte doet de geallieerde speler hetzelfde (bewegen en vechten). Hierop volgen nog twee van die segmenten die worden afgesloten met een apart rally segment, waarin een speler mag proberen zijn geroute eenheden te rallyen.

Hierop volgt (alleen in het advanced game) een logistics segment waarin een speler een hokje kan plunderen en de bevoorradingsstatus van alle eigen strijdkrachten controleert. Die welke niet bevoorraad zijn moeten op de Logistics Table gooien.

De volgende is de Recruiting Segment. Als het een winterbeurt is mag een speler troepen recruteren en in een niet-winter beurt mag een eigen leider in een eigen gecontroleerd fort dat niet belegerd wordt ook eenheden recruteren. Tenslotte mogen gedurende een winter beurt de `pillaged' markers verwijderd worden. Hierop begint de volgende beurt.

Het spelsysteem heeft een aantal interessante trekjes. Zo moet de speler met een dobbelsteen op een tabel gooien bij zijn beweging, waarbij de resultaten kunnen variëren van No March (je mag niet bewegen) tot Forced March with Attrition, waarbij de speler de dubbele bewegingswaarde krijgt maar wel een eenheid van de bewegende stack moet verwijderen. Omdat elke beurt drie impuls segmenten heeft kan je in een beurt een eenheid driemaal bewegen. Maar let wel, dat hoe vaker je een eenheid beweegt, hoe meer kans je maakt op attrition.

Om te vechten tel je gewoon de gevechtswaarden van de twee legers bij elkaar op en vergelijkt die. Dat levert dan een verhouding op en er wordt een dobbelsteen geworpen voor het resultaat. Er zijn overigens wel een aantal modifiers bij de dobbelsteenworp zoals de tactische waarde van één van de leiders bij de force, de aanwezigheid van troepen van Guard of Veteran class (ja, de klasse troepen heeft hier wel degelijk en grote invloed op het verloop van de strijd), superioriteit in cavalerie en lichte troepen en de aanwezigheid van artillerie-eenheden.

Gevechten zijn in dit spel bijzonder bloedig. Het kan heel erg goed dat een speler in een veldslag 50% van zijn leger verliest (plus nog eens gooien op de Discipline Table om te zien of er eenheden deserteren of gedemoraliseerd raken). Zulke verliezen beslissen dan eigenlijk wel meteen de campagne voor een jaar. Eenheden die verloren gaan kunnen wel weer terug gerecruteerd worden, maar dat duurt wel even (tot de volgende winter beurt). Ik denk dat dit een afspiegeling is van het feit dat je in het spel in beurten van een kwartaal speelt (zie ook mijn opmerkingen over Frederick the Great). Een desastreuze veldslag in het spel is dus eigenlijk een afspiegeling van meerdere gevechten in die periode. De gevechten hebben niet alleen een puur militair effect, maar beïnvloeden ook de Balance of Power (waarover later meer).

Op de kaart staan veel forten gedrukt en vaak draait de loop van een campagne om het bezit van deze forten. Bovendien heeft ook de inname van forten een effect op de Balance of Power. In een gevechtsfase kunnen forten belegerd worden, maar ook berend. Wanneer een fort gewoon berend wordt dat wordt op de Combat Results Table gegooid (met een aantal zeer negatieve modifiers voor de aanvaller). Als de eenheid in het fort verliezen lijdt worden die ook nog gereduceerd. Maar een belegering is een formelere zaak. Eerst moet een engineer eenheid een field fortification maken (kost een impuls) en in de impulsen daarna kan met de belegering begonnen, tenminste, wanneer er ook een artillerie-eenheid bij ligt.

Bij een formele belegering wordt eenmaal per aanwezige artillerie-eenheid per impuls op de Formal Siege Table gegooid om te kijken wat het resultaat is. Dat kan variëren van geen effect, tot een sortie van het garnizoen (verwijder een eenheid van de belegeraars) en er is maar liefts 50% kans op een bres, die de aanvaller in staat stelt om het fort te bestormen zonder effect van het fort. Dat betekent dus meestal dat de eenheden die in een fort liggen gevangen worden genomen als ze niet sneuvelen. De belegeraar kan echter ook nog de `honors of war' aanbieden (een eervolle aftocht, dus). Wanneer dit door de verdediger geaccepteerd wordt dan wordt het verdedigende garnizoen geëlimineerd en worden de andere troepen in het fort in een hokje naast het fort geplaatst.

Troepen die verloren gaan komen óf terecht in de Recruiting pool óf in de prisoner of war pool. Troepen die in de Recruiting pool komen mogen weer opnieuw gerecruteerd worden in de eropvolgende winterbeurt. Dat doet men door troepen te kopen. Dat doe je door de Recruiting value van elke staat op de tabel met het aantal forten dat deze bezit te vermenigvuldigen (zie je, daarom zijn die belegeringen zo verdomd belangrijk!) en dat levert een puntenwaarde op waarvoor troepen van verschillende kwaliteit gekocht kunnen worden. Zo kost een infanterie brigade in linie kwaliteit 4 punten, in veteran kwaliteit 8 punten en een garde kwaliteit brigade kost maar liefst 12 punten! Om van veteran artillery nog maar te zwijgen, die maar liefst 24 punten kost!

Daarnaast hebben sommige landen (Engeland, Oostenrijk, Rusland, Frankrijk, Zweden) een zogenaamd veldleger. Dat veldleger duikt op in het recrutering segment van de eerste winter beurt nadat een land zich bij een coalitie gevoegd heeft en het veldleger mag niet met recruterings punten gekocht worden. Bovendien mochten volgens de oorspronkelijke spelregels vernielde veldlegereenheden automatisch en gratis elk recrutering segment terugkeren. Oftewel, in de zomer draait mijn veldleger de vernieling in, en in de winter, hey, presto, POOOF! Zoals een goochelaar een konijn uit zijn hoed tovert trekt de speler een nieuw veldleger uit zijn mouw (die koningen hebben grote mouwen!).

Het is duidelijk dat deze regel bijzonder in het voordeel van de niet-Pruisische speler is (Pruisen heeft geen veldleger en moet dus recruteren om zijn leger op sterkte te houden), en dus heeft mijnheer Miranda er in de errata van gemaakt dat een veldleger eenheid pas in de winter beurt van het jaar na zijn eliminatie teruggekregen kan worden. Ik ben zelf overigens van mening dat deze regel het spel een zeer pro-Pruisische lading geeft. Zo ben ik in verschillende spelletjes tegen Wout als Oostenrijk in 1756 herhaaldelijk het slachtoffer geweest van wat alleen maar omschreven kan worden als een Pruisische Blitzkrieg, die het Oostenrijkse veldleger tot moes reduceerde.

Volgens de nieuwe regel zou Oostenrijk dan nauwelijks nog een leger over hebben in 1757 en zou het pas in 1758 weer wat kunnen ondernemen (terwijl Oostenrijk in 1757, ondanks verliezen tegen Pruisen in 1756 wel degelijk nog over een leger beschikte, iets waar Frederik tot zijn schade en schande in Kolin achterkwam...) Om er nog maar over te zwijgen dat wanneer het Oostenrijkse veldleger in 1756 tot moes gestampt is de Pruisische speler heel 1757 heeft om op zijn gemakje naar Wenen te kuieren om daar een vriendelijk onderhoud met Maria Theresia te hebben.

En elke Pruisische speler zal dat doen, al was het alleen maar om Oostenrijkse vestingsteden te veroveren (met alle effecten op recrutering van dien) en om voor een jaar (en misschien wel langer) van die vervelende Oostenrijkers verlost te zijn en de handen vrij te hebben om met Fransen, Russen en ander loslopend volk af te rekenen. Het moge duidelijk zijn dat ik niet echt een voorstander van deze regel ben.

Cruciaal in dit spel is de al eerder genoemde Balance of Power. Deze wordt beïnvloed door het verloop van veldslagen en belegeringen en de diplomatieke strijd. En deze heeft ook direct betrekking op de overwinningsvoorwaarden. In het standaard spel is het heel simpel. Het aantal forten dat je bezit in eigen en andermans landen geeft aan hoe groot je overwinning is. Waarbij overigens aangetekend moet worden dat wanneer geen van beide partijen een duidelijk voordeel heeft (stalemate) dat dan beide spelers winnen! Ook kunnen beide spelers op elk gewenst moment een Treaty sluiten, hetgeen een stalemate inhoudt. Wanneer één van beide spelers capituleert behaalt de andere automatisch een continental victory (het zwaarst mogelijke).

In het advanced game maken speciale regels voor de Balance of Power hun opwachting evenals de diplomatieke gevolgen ervan. Zoals ik net al schreef, wordt die beïnvloed door het winnen van veldslagen, de inname van forten, terwijl ook bepaalde random events het machtsevenwicht radicaal kunnen doen omslaan. Wanneer overigens de Balance of Power 18 of -18 bereikt is het spel meteen afgelopen en verliezen beide spelers omdat dan jaren voordat het werkelijk gebeurde revoluties en nationalisme het systeem van het machtsevenwicht vervangen.

Het is dus gewenst dat de balans een beetje in evenwicht blijft en niet al te ver naar één kant doorslaat. Een groot voordeel is wel dat wanneer een kant in het voordeel is, die bonus Diplomacy points krijgt. Beide spelers krijgen Diplomacy points voor de landen die aan hun kant meedoen (zo zijn Oostenrijk, Groot-Brittannië en Frankrijk drie punten waard, Rusland en Pruisen twee, Zweden, Hannover en Nederland één en de rest niets). Je mag Diplomacy points opsparen, maar nooit meer dan tien bezitten. Met die Diplomacy points kun je twee dingen doen: prisoner exchange of Diplomatic conflict. Je mag gevangen troepen, leiders en zelfs Diplomatic points ruilen met overeenkomsten betreffende alles (zoals het terugtrekken uit bepaalde gebieden, geallieerden die neutraal worden etc).

Maar het is wellicht nog leuker om de diplomatieke punten te gebruiken voor Diplomatic conflict. De speler die in het voordeel is op de Balance of Power track begint. De `aanvallende' speler mag zoveel Diplomacy points als hij heeft inzetten (mag ook minder dan alles) en dan doet de `verdediger hetzelfde. Dan vergelijk je die twee met elkander (trek de Diplomacy points van de verdediger van die van de aanvaller af), checkt welke die roll modifiers gelden en gooit op de Diplomatic Conflict Table. Er zijn vier resultaten mogelijk: geen effect, Neutraliteit, waardoor een vijandig land ineens neutraal wordt, Treaty (waarbij een speler onmiddellijk de controle krijgt over de staat die hij `aanviel') of Espionage (waarbij hij alle stacks mag inspecteren waar een eenheid van dat land bij staat). Tenslotte bestaat er altijd (namelijk wanneer er een één gegooid wordt) de mogelijkheid van een diplomatiek incident, waardoor het machtsevenwicht één hokje opschuift ten bate van de tegenstander.

Eveneens in de advanced regels maken de regels voor logistiek hun opwachting, en ineens wordt alles een stuk moeilijker. Eenheden moeten om `in supply' te zijn een `line of communication' kunnen trekken op een eigen fort en die mag slechts maximaal zes hokjes lang zijn (zie je, het bezit van forten wordt nog belangrijker!) en via de rivieren (of via de kust) mag deze 12 hokjes lang zijn. Natuurlijk mag je geen supply trekken op een fort dat belegerd wordt of door een hokje dat door vijandelijke troepen bezet is. Ineens wordt zo duidelijk gemaakt dat de rivieren de grote verkeerswegen van die tijd waren. Wat dat betreft is bijvoorbeeld Maagdenburg een belangrijke Pruisische vesting (dat was het in werkelijkheid ook: er waren maar liefst 23 molens om graan te malen! (3)) In het spel zijn Maagdenburg en Potsdam vaak de uitvalsbases voor Frederiks stormaanval op Saksen in 1756. En Posen is in het spel (net als in werkelijkheid) de voornaamste uitvalsbasis van het Russische leger bij zijn aanvallen op Brandenburg.

Er zijn nog twee andere methodes om aan voorraden te komen. Legers hebben een bevoorradingstrein. Wanneer die zich in hetzelfde hokje als de strijdmacht bevindt (en van dezelfde alliantie is), kan die opgegeten worden om aan voorraden te komen. Dan moet hij wel weer opnieuw gerecruteerd worden (à raison van vier recruteringspunten, dat spreekt voor zich) of men kan een hokje plunderen. Als je een normaal hokje plundert dan is de strijdmacht automatisch bevoorraad voor die beurt. Plunder je een stad of fort, dan krijg je een supply train. Maar dat heeft ook nadelen. Zo kun je een pillaged hokje of fort niet meer gebruiken om op te tellen bij recruteringspunten, kunnen versterkingen er niet opduiken, kan het geen troepen bevoorraden (dit maakt het idee van een mogelijke Pruisische `Smash and Grab' raid op Posen wel heel erg aantrekkelijk om de Russen een tijdje weg te houden!). De `pillage' markers worden weer verwijderd in de eropvolgende winter beurt.

Nadeel

Er is één aspect van het spel dat ik vrij zwak vind, namelijk het gebrek aan scenario's. In het spel zoals gepubliceerd in de Strategy and Tactics zaten er maar twee. Het eerste scenario heet Frederick marches! en hierin kan de Pruisische speler heel 1756 gebruiken om die arme Saksen en Oostenrijkers voor langere tijd uit het spel te knikkeren (dank je voor de les, Wout! NOT) en het campaign game dat de hele oorlog covert. In Moves 79 zat nog een scenario over de tweede helft van 1757, de Rossbach-Leuthen campagne. Dat is bij Frederick the Great iets anders.

Vergelijking met Frederick the Great

Het spel van Joe Miranda vraagt als het ware om een vergelijking met het eerdere spel Frederick the Great, dat eerst door SPI, en later door Avalon Hill uitgegeven werd. Frederick the Great dateert uit 1975 en dat is er wel aan af te zien. De kaart en de counters zijn een stuk minder kleurrijk dan die van The Seven Years War in Europe. Er staan bij Frederick the Great een paar vestingen op die niet voorkomen in SYWiE, zoals Roermond en Venlo (daar staat tegenover dat Nijmegen niet op de kaart van Frederick the Great voorkomt. Schande!) terwijl andere vestingen weer wel op de kaart van Frederick staan die bij SYWiE steden zijn (Brieg in Silezië, bijvoorbeeld).

Er zijn ook andere verschillen. Het eerste is dat de beurten hier in plaats van een kwartaal een halve maand duren. Verder lijken de gevechten een stuk minder dodelijk. Kun je bij een veldslag in The Seven Years War in Europe in één klap 50% van je leger verspelen, in Frederick the Great is dat hoogstens 40% (ook vervelend, maar toch). Maar er zit hier een adder onder het gras: wanneer de aanvaller meer dan 5 maal zo sterk is als de verdediger wordt deze in zijn geheel gevangen genomen (iets wat in The Seven Years War in Europe niet voorkomt). Verder is het zo dat er in Frederick the Great geen verschillen in de kwaliteit van de troepen zijn. Alle troepen zijn namelijk anonieme strength points.

Balance of Power is meer aanwezig in SYWiE. Beide spelers kunnen winnen en verliezen. Wat dat betreft is SYWiE meer een afspiegeling van de oorlog in de 18e eeuw dat Frederick the Great. Aan de andere kant zouden de omringende landen dat gevaarlijke Pruisen graag een kopje kleiner gemaakt hebben, maar een complete vernietiging van de staat Pruisen zou niet in hen opgekomen zijn. Verder zijn de overwinningsvoorwaarden en de supply regels in Frederick een stuk simpeler dan in SYWiE. Om de overwinning te bepalen tel je simpelweg de victory points van het aantal vestingen dat je bezit op en trekt er victory points van af voor de verliezen welke je geleden hebt.

Supply is ook bijzonder simpel in Frederick. Je trekt supply op een fort of op een depot, dat je een beurt van tevoren ingericht hebt. De lengte van het supply path is vijf hexes voor de Pruisen en hun bondgenoten en vier voor de anti-Pruisische coalitie. Dit is een van de weinige punten waar Frederick misschien iets beter is dan SYWiE; achttiende eeuwse legers waren bijzonder afhankelijk van hun depots en dat laat SYWiE niet echt zien. Daar staat tegenover dat in SYWiE het belang van rivieren onderstreept wordt terwijl die in Frederick slechts obstakels zijn.

Een ander nadeel in Frederick the Great was het feit dat het oorspronkelijke spel slechts scenario's bevatte voor de jaren 1756-1759. Later zijn er in the Wargamer no 3, scenario's bijgekomen voor de jaren 1760-1762, maar toch. Het was Avalon Hill die gewoon scenario's voor alle jaren in het spel stopte. In de aflevering van The Avalon Hill General die erover ging zaten ook regels voor grand strategy en diplomatie, aspecten die in SYWiE zitten maar aan het oude Frederick ontbraken, evenals scenario's voor de Silezische oorlogen (die aan de Zevenjarige oorlog vooraf gingen). Dat laatste zou misschien nog eens gedaan mogen worden voor SYWiE, maar dan moet er wel een klein stukje kaart bij om de campagnes in Vlaanderen te kunnen simuleren.

Conclusie

Joseph Miranda heeft met SYWiE een spel gemaakt dat verdacht simpel lijkt, maar meer diepgang heeft dan bij de eerste blik zichtbaar is. Indien ik de keuze zou hebben tussen The Seven Years War in Europe en Frederick the Great gaat mijn voorkeur uit naar de eerste, hoewel ik beurten van een kwartaal toch een beetje een crime vind en het depot systeem van bevoorrading niet echt uit de verf komt. Voor spelers die echter een typisch 18e eeuwse oorlog willen naspelen is dit een van de beste simulaties.

Literatuur


(1) Het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie, om de titel voluit te geven, was formeel de voornaamste macht in Duitsland. Alle landen waren, formeel, aan het gezag van de Keizer onderworpen en moesten, omdat het Rijk niet over een eigen apart territorium beschikte, troepencontigenten leveren indien de Rijksdag dit bepaalde. Deze `Reichstruppen' waren tegen de Zevenjarige oorlog echter van geringere gevechtswaarde dan de nationale troepen omdat ze uit allerlei contingenten samengesteld waren. Zo moest bijvoorbeeld de Rijksstad Buchau in Zwaben, 1 2/3 man leveren! terug

(2) De slag bij Künersdorf was zo bloedig dat het Russische musketier regiment Apcheronski sindsdien rode slobkousen en laarzen droeg om te herinneren aan het feit dat zij bij Künersdorf `tot aan de knieën in het bloed' gestaan hadden. terug

(3) Jürgen Luh, p. 24-25. terug

© 2001 Frank van den Bergh