The '45

Een spelrecensie door Frank van den Bergh

Iedereen met belangstelling voor de krijgsgeschiedenis zal wel eens een keer de naam gehoord hebben van `Bonnie Prince Charlie', prins Charles Edward Louis John Casimir Silvester Severino Maria Stuart, die tegen het midden van de achttiende eeuw een laatste vergeefse poging deed om de troon van Groot-Brittannië, waarvan zijn grootvader in 1688 door de Nederlandse stadhouder Willem III was verdreven, te heroveren. De gebeurtenissen van die opstand en de gevolgen ervan worden in Schotland tot op de dag van vandaag gevoeld. Zij verhaastten het einde van de traditionele Schotse clan-maatschappij en het begin van de diaspora van Schotse emigranten over de hele wereld. Zij betekenden ook een onderdrukking van de Schotse cultuur en het Gaelic, alhoewel die op de lange termijn gezien mislukt is. Maar vooral betekende het ellende voor veel Schotten, of zij nu voor of tegen prins Charles Stuart waren.

Geschiedenis

Op 25 juli 1745 landde Charles Stuart bij Loch an Uamh nabij Moidart aan de westkust van Schotland om zijn troon terug te eisen. Maar zijn komst was niet echt waar Schotland op zat te wachten. Hoewel er behoorlijk wat aanhangers van de Stuarts waren (die Jacobieten heetten), waren er ook veel Schotten op de hand van de regering en de Jacobitisch gezinde clans hadden vooral behoefte aan wapens, geld en Franse troepen, niet aan een troonpretendent die in zijn eentje kwam. Desalniettemin slaagde hij er in om leiders van verschillende clans naar zich toe te trekken (en dat betekende automatisch dat zij de leden van hun clans te velde brachten; de clanleden hadden geen keus, zij moesten wel als zij niet wilden dat hun eigendommen vernield en hun hutten in brand gestoken werden). Uiteindelijk hees hij zijn standaard in Glenfinnan om zijn clans bijeen te brengen.

Zoals boven gesteld was het de bedoeling dat Charles Stuart met veel Franse steun zou komen, waar in de praktijk maar weinig van terecht kwam. Voor de Fransen, wier aandacht voornamelijk uitging naar de strijd op het Europese continent, was hij ook niet meer dan een afleidingsmanoeuvre, die bedoeld was om de Britse regering te dwingen troepen weg te halen van het voornaamste strijdtoneel in Vlaanderen en Duitsland. In de praktijk kreeg Charles Stuart slechts versterking van een detachement van het regiment Royal Ecossois en een aantal kleine detachementen van Ierse regimenten in Franse dienst, die de Stuart zaak toegedaan waren en in de geschiedenis meestal bekend staan onder de naam `the Irish Picquets'. Zelfs de expeditie van de prins naar Schotland werd voornamelijk gefinancierd door Jacobitische ballingen aan de Franse westkust die rijk waren geworden aan de slavenhandel.

In het begin was de reactie van de Britse regering nogal terughoudend. De troepen ter plaatse moesten het maar zien te redden. Maar deze werden met hun leider Johnny Cope op 20 september 1745 bij Prestonpans door de Jacobieten verslagen. Nu was duidelijk geworden dat er in Schotland niet zomaar een opstandje aan de gang was en de hertog van Cumberland werd uit het strijdtoneel van Vlaanderen teruggeroepen met Britse troepen. Maar daar bleef het niet bij. Ook Nederland moest op grond van een verdrag van 1713 een contingent troepen leveren. Toevalligerwijze kwam hiervoor het garnizoen van Tournai in aanmerking, dat kort tevoren had moeten capituleren en nu dus de Noordzee overstak. En ook Hessische troepen werden in Duitsland aangeworven om de situatie meester te worden.

In de tussentijd hadden de Jacobieten echter niet stilgezeten. In Edinburgh hadden de prins en zijn medestanders en adviseurs lange discussies gevoerd over de te volgen strategie. Verschillende adviseurs waren voorstander van een consolidatie in Schotland en wilden een Stuart koninkrijk in Schotland opbouwen. Anderen zagen duidelijk in dat dit nooit zou werken en waren voorstander van een mars op London om het huis Hanover van de troon te stoten. Charles Stuart was hier een voorstander van en uiteindelijk gaf dat de doorslag. Begin november vertrok het Jacobitische leger uit Edinburgh met bestemming Carlisle. Deze stad werd belegerd en capituleerde waarna het Jacobitische leger verder oprukte naar Manchester.

Uiteindelijk werd op 4 december Derby bereikt. Dit werd het hoogtepunt van de opstand. In Derby vond een nieuw overleg plaats tussen de prins en zijn adviseurs. Veel van dezen waren van mening dat de onderneming op het punt stond te mislukken. De Schotse hooglanders die de kern van het prinselijke leger vormden waren ongelukkig met hun mars in Engeland, en het gevaar van een treffen met regeringstroepen nam met de dag toe. Wat echter de doorslag gaf was dat een spion de aanwezigheid van een regeringsleger in de buurt meldde. Prins Charles kon natuurlijk niet weten dat dit rapport door de spion volledig uit zijn duim gezogen was. De prins gaf toe en stemde in met de terugtocht naar Schotland. Dit was een strategische nederlaag. want hiermee was het doel van de zijn komst onbereikbaar geworden. Vanuit Schotland zou hij nooit Londen kunnen bereiken en met elke passerende maand zouden de regeringstroepen sterker worden. Het is dan ook geen wonder dat de dag van de terugtocht de geschiedenis in is gegaan als `Zwarte vrijdag'.

Ondertussen was er in Schotland zelf een burgeroorlog aan de gang. Pro- en anti-Jacobitische clans bestreden elkander in verschillende kleine schermutselingen en veldslagen. Eenmaal terug in Schotland slaagden de Jacobieten er nog eenmaal in om een regeringsleger bij Falkirk te verslaan, maar dat was hun zwanenzang. Uiteindelijk kwam het tot die beruchte slag bij Culloden. Hierin waren de Jacobieten in alles in de minderheid en was het terrein slecht gekozen. Bovendien kon Charles Stuart geen beslissingen nemen en was er geen plan voor de veldslag gemaakt. Het resultaat hoefde dan ook niemand te verbazen: de Jacobieten werden genadeloos verslagen. Hierop volgde een grondige onderdrukking van Schotland en alles wat ook maar enigzins Schots leek. Charles Edward Stuart slaagde er in na veel avonturen naar Frankrijk en uiteindelijk Rome te ontkomen. Maar dit mislukte avontuur had zijn geest en zijn leven gebroken. Nooit meer zou hij nog een andere poging ondernemen en hij stierf uiteindelijk in ballingschap in Rome.

Maar genoeg over deze tragische figuur. Laten wij eens kijken hoe het spel in elkaar zit.

Het spel

The '45 is een spel voor twee spelers van Geoffrey Geddes, dat in 1995 uitgebracht werd door Decision Games. Het is een spel dat volgens de doos een `medium complexity' heeft en ook een gemiddelde geschiktheid voor solitair spelen heeft.

De schaal van het spel

De counters stellen regimenten voor, en elke strength point is tussen de 150 en 200 man sterk. Scheepscounters stellen tussen de twee en vijf schepen voor. De afstand tussen elk hokje is ongeveer een dagmars van gemiddeld 20 mijl. (Ik kan mij hier niet aan de indruk onttrekken dat dit een erg optimistische schatting is. 20 Mijl is 32 kilometer! Dat is veel voor een dagmars in de achttiende eeuw!)

De kaart

De kaart toont heel Groot-Brittannië en is onderverdeeld in gebieden, die onderling via allerlei wegen met elkaar verbonden zijn. Die gebieden worden verder ook nog gespecificeerd naarmate zij bergachtig zijn, forten, versterkingen en havens hebben en welke clans in de gebieden wonen (in de hooglanden). Verder zijn die gebieden in allerlei regio's ingedeeld en zijn ze binnen die regio's genummerd. Naast de land-regio's zijn er verschillende zeegebieden waaroverheen gemanoeuvreerd kan worden en aan de randen van de kaart liggen de `boxes' van Scandinavië, de Nederlanden, Vlaanderen (in Franse handen), Frankrijk en de Bretonse havens en Ierland.

In elk zeegebied zijn er drie boxes voor schepen die in dat gebied `in transit' zijn, schepen die er patrouilleren en eventueel schepen die in een zeeslag verwikkeld zijn. Aan de randen van de kaart bevinden zich verder nog boxes voor de verschillende leiders van beide spelers, zodat de spelers daar de eenheden van die leider in kunnen plaatsen en alleen de leider op de kaart kunnen laten, en een turn record track die het verloop van de tijd bijhoudt.

Met alle hokjes voor gebieden doet de kaart heel erg denken aan het spel A House Divided van GDW. Verder is de kaart duidelijk en er zijn niet of nauwelijks ambiguiteiten. Eén van de weinige die mij opviel was dat Campeltown in de north-west/inner Hebrides area geen nummer heeft. Het moet echter het nummer 15 hebben, zo blijkt uit de optellingen voor scenario's.

De counters

Net als bij de kaart zijn er ook bij de counters weinig of geen onduidelijkheden. Alhoewel... De counters stellen de verschillende militaire eenheden voor die aan de rebellie of de bestrijding ervan deelnamen of deel hadden kunnen nemen. Ja, er zitten ook een paar interessante opties bij, waarover later meer. In het midden van de counter staat het bekende NATO-symbool van infanterie of cavalerie met daaromheen de sterkte van bolletjes die de mogelijke sterkte van de eenheid aangeven. Hierbij heeft de ontwerper duidelijk gekeken naar de spelletjes met blokken van Columbia Games. De counters worden met die rand met het aantal bolletjes welke overeenkomt met hun sterkte naar het noorden gelegd. Dat maakt het wel lastig om te zien welk regiment je nu aan het bewegen bent. De rugzijde van de counter wordt overigens niet gebruikt om verliezen aan te geven, maar dat de eenheid aan het recruteren is.

Naast de eigenlijke gevechtseenheden zijn er ook nog counters voor troepen in fortificaties, artillerie, verschillende markers en detachments. Deze laatste kunnen gevormd worden van de normale regimenten, maar dit moet wel geadministreerd worden. Hoewel de slagordes van beide partijen op een eerste blik redelijk lijken te kloppen zijn er bij de counters wel een paar zaken die mij opvielen:

In de eerste plaats hebben de afbeeldingen van zeilschepen op de scheepscounters vier masten. O.K. ik geef toe, een klein detail, maar toch. Vervelender is het feit dat verschillende counters van Jacobitische hooglander eenheden links van het eenheidssymbool een cijfer hebben staan, dat in de spelregels niet wordt uitgelegd. Ik vermoed dat het te maken heeft met een eerdere versie van de spelregels voor onbesliste clans, die nog geen keuze voor of tegen James Stuart gemaakt hebben, maar daar er in het spel nu een tabel voor is zijn die cijfers op de counters dus te negeren.

Ten tweede ben ik, zoals verwacht kan worden, geïnteresseerd in de rol van Nederlandse troepen. Die zitten inderdaad in het spel, maar helaas zijn de namen van de Nederlandse regimenten gruwelijk verhaspeld (iets waar buitenlandse publikaties wel vaker last van hebben; ook Stuart Reid maakt zich er schuldig aan). Zo is er Villets (in plaats van Villates), Hersler (in plaats van Hirzel) en La Roques (in plaats van la Rocque). Maar met Ringoir bij de hand is het gemakkelijk om vast te stellen welke regimenten er bedoeld worden. Met één uitzondering. Zowel Reid als het spel vermelden een regiment Brakel (of Brackell); maar er was op dat tijdstip geen regiment Brakel in het Nederlandse leger! Een klein raadsel waar ik nog niet uit ben. Misschien moeten we die Nederlandse recruten zien als versterkingen die uit Nederland arriveren.

Een ander klein detail dat mij opvalt is het feit dat de Hessische regimenten gewoon genummerd zijn (1 t/m 5 en een klein Huzarenkorps). Er zijn echter zes Hessische bataljons naar Engeland gegaan: een bataljon grenadiers, het regiment Prinz Maximillian van twee bataljons, het regiment General leutnant Ansbach van twee bataljons, en zes compagnieën van de Garde. Over een Huzarenkorps wordt in het boek van Reid niets vermeld.

Naast de Jacobitische hooglanders en laaglanders zijn er nog verschillende Franse eenheden die kunnen ingrijpen en ook Ierse regimenten. Deze laatsten bevonden zich in Franse dienst. Zoals boven al vermeld hebben kleine detachementen van deze regimenten aan de opstand deelgenomen. In het spel kunnen ook de eigenlijke regimenten opduiken. Daar deze regimenten uit Ieren (of afstammelingen van Ieren) bestonden die na de nederlaag van James II in ballingschap hadden moeten gaan, waren zij de Jacobitische zaak zeer toegedaan en indien de opstand geslaagd was hadden zij naar Ierland terug kunnen gaan. Opvallend is de mogelijkheid dat twee Zweedse regimenten ook mee kunnen doen. Deze duiken dan op in Scandinavië. Ze heten echter Royal Swedish, en als ik mij niet vergis waren die in die tijd in Franse dienst (`Royal Suedois').

De spelregels en hoe speelt het?

De spelregels zijn over het algemeen vrij duidelijk, hoewel ze hier en daar geplaagd worden door enige typfoutjes. De Jacobitische speler is altijd als eerste aan de beurt en begint zijn beurt met de reinforcement phase. Hierin kan de speler versterkingen krijgen en ook regimenten nieuwe troepen laten recruteren als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. Dan volgt de naval phase. Zoals te verwachten viel kan een speler troepen in schepen laden en transporteren en die schepen kunnen proberen elkander te onderscheppen hetgeen dan weer kan resulteren in zeegevechten. Dit wordt gevolgd door de movement phase, waarin de speler zijn landeenheden laat lopen. Maar hij kan ook strength points tussen regimenten uitwisselen (indien zij in hetzelfde stapeltje liggen), proberen geforceerde marsen uit te voeren en zwakke vijandelijke eenheden met een overrun onder de voet te lopen. Zo'n geforceerde mars kan overigens wel extra troepen kosten (soms flink wat, als je pech hebt). Dan komen wij uiteindelijk bij de fase waar het allemaal om draait, de combat phase. Wat er in deze fase gebeurt hoef ik toch zeker niet meer uit te leggen, nietwaar lieve lezertjes? Wanneer eenheden van beide partijen in één hokje samen zijn is het knokken geblazen. Tenslotte wordt er nog gecheckt welke eenheden verliezen lijden aan slijtage. Daarna is de Britse (in dit spel Hanoverian player genoemd, maar dat is eigenlijk niet juist) aan de beurt (``Bloody sassenach!'')

De versterkingen die beide spelers krijgen liggen in een volgorde vast, met deze aantekening dat veel van de Jacobitische versterkingen van buiten Schotland afhankelijk zijn van het niveau van Franse interventie (en dat is weer afhankelijk van het succes van de opstand). Ook kan men extra troepen winnen door ze te recruteren. Alleen regimenten mogen recruteren; dat doen ze door een beurt niets te doen. Aan het eind van die beurt krijgen ze dan een strength point erbij. Nu kan dit niet onbeperkt. Jacobitische clanregimenten mogen alleen in hun eigen clangebieden recruteren en dat kan pas beginnen wanneer Prince Charles in Schotland aangeland is. De andere Jacobitische regimenten mogen alleen in startgebied recruteren. Dit kan natuurlijk problemen opleveren wanneer je er ver vandaan bent. Maar ook de Britten hebben zo hun beperkingen: zo mogen er maar drie regimenten per regio recruteren. De Nederlandse en de Hessische regimenten mogen allemaal in de Nederlanden recruteren (met andere woorden: als deze regimenten verliezen lijden moeten ze dus terug naar Nederland om weer op sterkte te komen).

In de Naval Phase worden de schepen bewogen van havens naar zee-zones, van zee-zone naar zee-zone en uiteindelijk van zee-zone naar haven. Hierbij kunnen zij door schepen van de andere speler onderschept worden. Schepen kunnen ook troepen transporteren. Er is één ding hierbij dat onduidelijkheid kan creëren, te weten regel 5.6. Island moves. De Outer Hebrides en de Orkney Islands zijn door kust routes met het vaste land verbonden en schepen mogen ook van die kustroutes gebruik maken. Het probleem ligt er in dat op de kaart de kustroutes (blauw) moeilijk te onderscheiden zijn van de minor routes op het land (bruin), vooral bij slechte belichting. Maar met een beetje nadenken kan het probleem onzeild worden.

Een ander probleempje hierbij is de onduidelijkheid of een counter een oorlogsschip voorstelt of een eskader. Als je ervan uitgaat dat het een oorlogsschip voorstelt dan is de maritieme CRT ineens wel heel erg bloedig (zoals een vorige keer bleek toen de Jacobitische marine de Royal Navy aardig versloeg op de Noordzee).

Gedurende de movement phase bewegen de eenheden over land van hokje naar hokje. Zij kunnen eenheden detacheren, maar dat moet dan wel op een apart papiertje bijgehouden worden. Eenheden kunnen ook nog materiaal zoals goud, wapens en artillerie meenemen. Er is ook nog de mogelijkheid om een geforceerde mars uit te voeren, maar dan is er wel het risico van extra verliezen.

Daarna komen wij dan bij de gevechten uit: deze vinden plaats tussen strijdkrachten van beide partijen die zich in een hokje bevinden. De aanvaller telt de totale puntenwaarde van zijn troepen in het hokje op en trekt die van de verdediger er van af. Dat levert een waarde op en op de kolom die met die waarde overeenkomt wordt op de combat results table een dobbelsteen gegooid met verschillende modifiers (leiders, artilleriepunten, terrein voor de verdediger, cavalerie en highland charges voor de aanvaller). Een gevecht kan uit verschillende rondes bestaan totdat een kant zich moet terugtrekken of vlucht. De Highland charge bonus kan overigens alleen door de Jacobieten ingezet worden en dan nog slechts eenmaal per gevecht (daarna zijn de troepen uitgeput).

Bij de gevechten is er iets raars aan de hand. Hoewel er in de spelregels alleen maar sprake is van een Combat Results Table is er bij de tabellen van het spel ook nog een andere gevechts tabel, de Skirmish Table. Het is blijkbaar de bedoeling dat die voor kleinere gevechten gebruikt moet worden. Maar de regels leggen niet uit wanneer de Combat Results Table en wanneer de Skirmish Table gebruikt moeten worden. Ik vermoed daarom dat de Skirmish Table in een eerdere versie van de spelregels gebruikt werd, maar uiteindelijk door de ontwerper uit de spelregels verwijderd werd omdat het het spel nodeloos zou compliceren. Helaas vergat de ontwerper de tabel ook van het aparte vel met tabellen te verwijderen. Maar om de Skirmish Table en de drastische resultaten van de CRT te vermijden stel ik de volgende in-house regel voor: bij verhoudingen van minder dan +6 of -6 kan de speler die aan de beurt is ervoor kiezen om de Skirmish Table in plaats van de Combat Results Table te gebruiken. Dan gaan zijn legers niet zo snel foetsie door verliezen.

Attrition gaat vrij simpel. Je gooit een dobbelsteen en voegt daar het `attrition number' van de regio waarin je troepen zich bevinden aan toe (met een paar veranderingen voor beide partijen). Als het eindgetal groter dan zes is dan is die waarde (boven de zes dus) het aantal steps dat je legermacht verliest. Het behoeft geen betoog dat in de wintermaanden de attrition zwaarder is dan in de zomermaanden.

Forten komen in drie categorieën (strongpoint, minor fortress en major fortress) en zijn moeilijker in te nemen. De aanvallen op een fort gaan net als een veldslag met een aantal veranderingen: 1) forten mogen slechts eenmaal per beurt aangevallen worden, 2) de dobbelsteenworp kan veranderd worden door `engineer leaders' en 3) als er belegeringsartillerie is mag er tweemaal per beurt aangevallen worden en geeft het een +2 op de dobbelsteenworp. Wanneer er een siege gun en een engineer samen zijn mag er zelfs tot driemaal per beurt aangevallen worden. Indien forten ingenomen worden kan de veroverende speler ervoor kiezen het fort te vernietigen.

Voor het verloop van de opstand is het van het grootste belang dat Charles ook daadwerkelijk in Schotland aankomt; zonder zijn aanwezigheid daar kan er niet met de opstand begonnen worden. De spelregels gaan er overigens van uit dat Charles altijd via de Western Isles Sea area binnenkomt (net als hij historisch deed). Wanneer hij dat doet kan de Jacobitische speler alle clanregimenten met een sterkte van 1 in hun clan hokjes plaatsen. Daarna mogen zij zich verder naar sterkte recruteren. Wanneer dergelijke regimenten opduiken in een hokje dat door Britse troepen bezet is, dan mogen die niets doen totdat Charles zijn standaard gehesen heeft of beurt August III van 1745 (over die standaard zometeen meer).

Boven gaf ik al aan dat de opstand voor Schotland een burgeroorlog was en dat lang niet alle Schotten meededen aan de kant van Bonnie Prince Charlie. Zo zijn er ook een flink aantal clans op de kaart die nog geen beslissing hebben kunnen nemen over hun aanhankelijkheid. Als Charles in een regio is kan hij die onbesliste clans oproepen. Daarvoor moet hij met een dobbelsteen hoger dan het getal voor die clan gooien (eventueel met bonussen voor de aanwezigheid van Franse troepen, artillerie en wapens bij prins Charles). Bij sommige clans is de kans vrij groot (de McLeod's en de McLeans of Mull scharen zich bij 2 of meer aan de zijde van de Prins); andere clans zijn problematischer (clan Grant en de McKenzie's of Lewis, die pas bij 5 of meer omgaan). Als de clans overigens niet omgaan leveren ze later mogelijk eenheden voor de Britse speler. Als er dan eenmaal door heel Schotland Jacobitische regimenten op sterkte gerecruteerd zijn kan de prins zijn standaard hijsen. Dit heeft het effect dat alle Jacobitische eenheden op de kaart zich ineens, hey presto, bij Charles mogen voegen. Dit is natuurlijk een handige manier om in één klap een veldleger uit de grond te stampen. In de gebieden waar Charles komt mag hij zich overigens tot koning laten uitroepen. Hoe zuidelijker hij zich tot koning laat uitroepen, hoe groter de kans op Franse interventie wordt. Dit heeft twee effecten: het vergroot de kans op Franse troepenversterkingen en vloot-ingrijpen (altijd handig!) en het vergroot de garnizoenen die de Britse speler in Engeland moet houden om hiertegen te waken.

Verder zijn er nog een aantal kleinere regels die te maken hebben met ongeteste Britse regimenten, deserteurs, de oude koning James III (die deze onderneming helemaal niet zag zitten), generaal Wade, etc.

Een ding in dit spel is wel duidelijk: de overwinningsvoorwaarden. Voor de Jacobitische speler is het duidelijk alles of niets. Om een strategische overwinning te behalen moet hij met zijn koninklijke leiders en Jacobitische of Franse eenheden Londen bezetten. Voor een marginale overwinning is het bezit van Edinburgh nodig waarbij geen Britse troepen het kasteel van Edinburgh bezetten. Iets anders is een Britse overwinning. Hoe realistisch die marginale overwinning is vraag ik mij overigens wel af. Zelfs als de prins in 1746 Schotland zou hebben behouden (of wanneer Schotland onder hem onafhankelijk geworden zou zijn) twijfel ik er niet aan dat de Britten in het jaar erop een poging gedaan zouden hebben de status quo ante te herstellen). Oftewel, zoals een van de experts in de documentaire Rebellion zei: ``There is no way, that they would leave Charles in place, and there is equally no way they would allow Scotland to go its own way without England. Scotland is the tail that is never ever going to wag the dog!'' Op mij komt die Jacobite marginal victory teveel over als spelmechanisme. In werkelijkheid was er zoiets niet. Voor Charles was het letterlijk London or bust!

Conclusie

In de eerste plaats is dit, voorzover ik weet, het enige spel dat ooit over deze campagne uitgebracht is, hetgeen de spoeling voor spelers die zich in deze campagne willen verdiepen erg dun maakt. De eerste indruk is dat het spel vrij goed in elkaar zit, hoewel er hier en daar nog zaakjes rammelen (zoals die Skirmish Table en de Jacobite marginal victory!). Desalniettemin geeft het spel een vrij duidelijk beeld zowel van de situatie die Charles aantrof, als van de onvoldoende verdedigingsmaatregelen die in het begin door de Britse regering genomen werden. Als zodanig is het een vrij goede simulatie. Maar of het nu een goed spel is of niet, het is de enige simulatie die tot onze beschikking staat. Een klein puntje tot slot. Op de doos zeggen ze dat het spel een medium complexity heeft. Maar dat lijkt mij iets te zwaar ingeschat. Zo moeilijk is het nu ook weer niet.

Bronnen

En uiteindelijk natuurlijk dat prachtige produkt van de Schotse laaglanden (en dan heb ik het dus niet over de bloody Haggis!): Auchentoshan!

© 2001 Frank van den Bergh