Guadalajara, 1937

door Frank van den Bergh

In een eerdere Nieuwsbrief heb ik eens een artikel gewijd aan een spel over de Spaanse Burgeroorlog dat No Pasaran! heette. Dit keer wil ik nog eens terugkeren naar die oorlog, maar nu om een andere veldslag te beschrijven. Dit keer staat het treffen bij Guadalajara centraal. Ik zeg `bij' Guadalajara, want hoewel die stad zijn naam aan de slag gegeven heeft ligt hij maar liefst een kilometer of 25 van het slagveld vandaan! Misschien is het beter om te spreken van de slag bij Brighuera. Want dit stadje stond tamelijk centraal in de gevechtshandelingen.

Historische achtergrond

Zoals bekend verondersteld mag worden, brak in 1936 in Spanje een bloedige burgeroorlog uit. Aan de ene kant stond de wettige linkse regering van de Republiek, aan de andere kant de opstandelingen, die voornamelijk uit rechtse krachten voortkwamen, de Nationalisten. Nadat in 1936 een poging van de Nationalisten Madrid in te nemen mislukt was concentreerde hun leider, generaal Franco, zich eerst vooral op de verovering van het Baskenland en het `knabbelen' aan de grenzen van het gebied dat in handen was van de Republikeinen. Maar het zou iets anders lopen. Beide partijen werden namelijk gesteund door buitenlandse machten. De Republikeinen kregen steun uit Sovjet Rusland en Frankrijk, de Nationalisten vanuit Duitsland en Italië. En met name die laatste steun zal in dit artikel centraal komen te staan.

Want hoewel Franco vooral gebaat was met technische steun in de vorm van vliegtuigen en tanks stuurde Mussolini ook een sterke troepenmacht naar Italië, de zogenaamde Corpo Truppe Volontarie (CTV), die voor een flink deel uit leden van de fascistische militie bestond. Tegen januari 1937 waren er maar liefst 37.000 actief. Franco wist dat deze fascistische militieleden niet opgewassen waren tegen de taaie soldaten van de Republikeinse Internationale Brigades, maar Mussolini drong er sterk op aan dat zijn Volontarie de kans kregen om te bewijzen wat zij waard waren. Zodoende gingen zij naar het front. In januari 1937 begonnen zij aan een offensief tegen het niet al te sterk verdedigde Malaga, dat halverwege februari ingenomen werd. Met dit succes drong Mussolini nu aan op meer gelegenheden om lauweren te oogsten. En zo werd besloten om een poging te doen om Madrid vanuit het noord-oosten af te snijden. In de buurt van Guadalajara werd het CTV opnieuw ingezet.

Op 8 maart 1937 zette het CTV de aanval in. In het begin was er enig succes toen de 12de Republikeinse divisie onder kolonel Lacalle teruggedreven werd. Maar de Italiaanse opmars werd onder andere gehinderd door een voortdurende regen en was duidelijk geen blitzkrieg. Dit gaf het Republikeinse opperbevel de tijd om zijn beste troepen naar dit front te sturen, waaronder Enrique Lister's communistische bataljon, Mera's bataljon anarchisten en de XIIe Internationale Brigade. Bovendien slaagden de Republikeinen er in om een plaatselijk luchtoverwicht te verwerven hetgeen zeer veel gewicht in de schaal legde. Interessant genoeg maakte een bataljon antifascistische Italianen (het 12de `Garibaldi bataljon') deel uit van de XIIe Brigade en dit vocht op 10 en 11 maart een `mini burgeroorlog in de burgeroorlog' uit de met fascistische Fiamme Nere divisie rond het Ibarra paleis. Op 18 maart 1937 zetten de Republikeinen de tegenaanval in en de fascistische Italianen namen massaal de benen. Hoewel de Nationalisten enig terrein behielden werd deze veldslag toch als een duidelijke Republikeinse overwinning gezien, daar de nationalisten hun doelen niet bereikt hadden.

Voor de Italianen was dit een afgang van formaat en Mussolini was dan ook bijzonder kwaad, zozeer dat hij beval dat er voor de Italianen geen verlof in Italië zou zijn totdat zij een overwinning gescoord hadden. Niet alleen was het een nederlaag voor de Italiaanse hulptroepen, maar bovendien was het een afgang voor het Italiaanse fascisme en een propaganda overwinning voor de communisten. Bovendien toonde het aan dat Franco in deze oorlog om de nationale eenheid afhankelijk was van buitenlandse inmenging. Om nog even extra zout in de wond te wrijven juichten Spanjaarden van beide partijen deze overwinning toe als een overwinning van mede-Spanjaarden op de buitenlanders! Zelfs Franco kon zijn tevredenheid niet onderdrukken. Toen hij van de Italiaanse nederlaag hoorde schijnt hij iets gezegd te hebben in de trant van: ``Prachtig! dan kunnen we nu beginnen met de strategische belangrijke noordelijke operatie.''

Na nog een nederlaag in 1938 werden de Italianen op eigen verzoek overgeplaatst `naar een rustige sector van een rustig front'.

Na de slag om Guadalajara bleven de frontlijnen in de regio statisch tot aan het einde van de oorlog.

Hoewel zowel de Duitsers als de Italianen Franco met mensen en materiaal steunden absorbeerden alleen de eersten echt de lessen van de Spaanse Burgeroorlog. De Italianen deden absoluut niets om hun troepen te voorzien van zwaarder bewapende tanks of krachtiger kanonnen. Het kostte ze echter wel 14.000.000.000 lire, 700 vliegtuigen en een groot aantal voertuigen. De slechte prestaties van het Italiaanse leger in de Tweede Wereldoorlog wierpen hier hun schaduw vooruit. Guadalajara had een vingerwijzing voor Mussolini kunnen zijn, maar hij was ziende blind.

Het spel

Entre dos Banderas Guadalajara 1937 is een spel van Juan Carlos Cébrian dat in nummer 14 uit 1990 van het Spaanse wargame tijdschrift Alea zat. Bij het spel zat overigens een Engelse vertaling van de spelregels van de hand van Randy Moorehead. Bravo. Het is overigens nog altijd te bestellen bij Ludopress (zie het adres van de website aan het einde van dit artikel). De schaal van het spel is er een van 1,5 kilometer per hexagon en bataljons en compagnieën per counter. Curieus genoeg is dit qua eenheden vrijwel hetzelfde als het veel ingewikkelder No Pasaran! systeem, waarvan ik de indruk heb dat het een beetje bedoeld is als de opvolger van dit spelsysteem.

Kaart & counters

Simpelheid is hier troef. De counters hebben over het algemeen een NATO symbool voor infanterie, cavalerie en artillerie en een silhouet van een tank voor tank eenheden en een vlag of lictorenbundel voor hoofdkwartieren. Verder hebben ze twee cijfers voor de gevechtswaarde en de bewegingswaarde. De kaart is ook zeer duidelijk en er is slechts een klein misdrukje, een dorpje dat iets over de grens van hokje H34 afgedrukt is, terwijl het in H34 hoort. Niets verrassends, dus. Maar duidelijk is het wel. Er zullen tussen de spelers geen misverstanden kunnen bestaan of een hokje nu bos is of open terrein.

Regels

Die simpelheid is ook terug te vinden in de regels. Misschien zijn die wel iets te simpel, maar daarover verderop in het artikel meer. De vertaling van Moorehead beslaat slechts zes pagina's. En dat is inclusief de exclusieve regels voor deze veldslag en het merendeel van de eerste pagina dat je over kan slaan.

De beurt begint met een dobbelsteenworp om het weer te bepalen, waarbij er zeer grote kans is op vrijwel permanente regen. In het begin van het spel heb je 5/6 kans op regen en daarna wordt het niet veel beter. Mocht je ooit in het spel mooi weer krijgen dan is er een paar beurten lang bijzonder goed gegooid.

Dan volgt de Air Bombardment Phase. Beide spelers mogen air bombardment points toewijzen en uitvoeren om doelen te bombarderen. Beide spelers kunnen maximaal vijf air points aan een doel toewijzen. Dan gooit de bombarderende speler op de +5/+6 kolom van de Combat Results Table. Dat levert in ieder geval één verlies op voor de verdediger en soms twee.

Daarna mag de eerste speler bewegen en aanvallen. In Entre dos banderas is dat de Nationalistische speler. Allereerst controleert hij welke eenheden bevoorraad en in command zijn. Om bevoorraad te zijn moet een eenheid en pad van zes hokjes naar een weg kunnen trekken die op zijn beurt weer van de kaart af leidt. Dat is bijna altijd wel het geval, en zeker in de sector linksonder op de kaart, waar het ergste gevecht zich af zal spelen. Alleen rechtsboven op de kaart begint een Republikeinse eenheid out of supply.

Om in command te zijn moet een eenheid binnen zes hokjes van zijn leider zijn, die op zijn beurt weer binnen zes hokjes van een hogere leider moet zijn, enzovoort. Eenheden die out of command zijn mogen maar de helft bewegen en mogen niet aanvallen. De eenheden aan de uiteinden van de Republikeinse frontlijn beginnen meestal sowieso out of command. Maar op dit punt is er een zwakte in de regels. Want aan de Republikeinse kant duikt de opperbevelhebber pas in beurt vier op. Als je de regels strikt interpreteert kunnen de Republikeinen dus pas vanaf beurt vier in command zijn! Het lijkt er op dat dit de bedoeling is. En dat betekent dat de Republikeinse speler de eerste beurten echt een groot probleem heeft. Hij kan een deel van zijn troepen nauwelijks terugtrekken en hij kan niet aanvallen. Kortom, zijn eenheden liggen als op een presenteerblaadje klaar om door de Nationalisten opgeschrokt te worden. En erger, zijn versterkingen bewegen in de eerste beurten als zij eenmaal op de kaart zijn ook nog als slakken (hierbij ga ik er overigens van uit dat zij in command zijn in de beurt dat zij de kaart op komen; ook iets dat in de spelregels niet wordt uitgelegd). De `eigen regel' dat versterkingen in command en supply zijn wanneer zij de kaart op komen is er ook een die de Nationalistische speler veel koppijn kan besparen.

Dan brengt de speler zijn versterkingen op de kaart en beweegt hij alle eenheden die hij wil bewegen. Hierna wijst de speler die aan de beurt is air points toe die hij toe wil wijzen en daarna doet de speler die niet aan de beurt is hetzelfde. In tegenstelling tot bombardementen gaat het hier om tactische luchtsteun en deze air points worden gewoon toegevoegd aan de gevechtswaarde van de vechtende eenheden.

Dit brengt ons tot de gevechtsfase. Allereerst wijst de aanvallende speler zijn ondersteunende artillerie-eenheden toe, gevolgd door de verdediger. Dan wordt de verhouding aanvaller-verdediger bepaald, waarbij de combat results table niet gebaseerd is op verhoudingen tussen aanvals- en verdedigingswaarde (1-1, 2-1, 3-1 etc.) maar op een meerderheid in gevechtspunten (+1/+2, +3/+4, +5/+6 etc.). In deze beurt kunnen beide spelers, indien zij willen, vrijwillig hun eenheden een hokje terugtrekken. Dat ook de aanvaller deze mogelijkheid krijgt is iets wat je niet vaak in een wargame tegenkomt. Meestal geldt dit alleen voor de verdediger. Tenslotte gooit de aanvallende speler een dobbelsteen en worden de resultaten bepaald.

Spelers leiden verliezen en moeten soms (zoals bepaald wordt door de combat results table) terugtrekken. Dit terugtrekken is dus geen automatisch gegeven! Terugtochten mogen alleen in hokjes die niet in een zone of control liggen en die niet vol zijn. Met andere woorden, wanneer een eenheid of stapel eenheden een hokje terug moet trekken en het hokje waar zij terug op kunnen trekken ligt vol dan gaat de hele stapel de dooienbak in! Auw! Oppassen dus en nooit een stack zo neerleggen dat hij bij een terugtocht automatisch kille kobus is. Er is geen regel zoals displacement, waardoor stapeltjes doorgeschoven worden. Verder kan je niet door een zone of control terugtrekken, dus een omsingelde eenheid is ook van de kaart als hij terug moet trekken.

De verliezen worden uitgedeeld in punten die afgetrokken worden van de gevechtswaarde van een eenheid. Met andere woorden, wanneer een eenheid zes gevechtspunten heeft en er twee kwijtraakt dan vecht hij nog maar met vier punten. Dit systeem is waarschijnlijk beter geschikt om het langzame slopen van een eenheid weer te geven dan de traditionele verliezen van een of twee steps. Het verdient dus aanbeveling om te proberen vijandelijke eenheden zo veel mogelijk te omsingelen en daarna te hopen op het gooien van een terugtocht.

Hierna is de tweede speler aan de beurt die hetzelfde doet als de eerste speler. Dat is in het kort hoe een spelbeurt in elkaar zit.

Zoals ik boven al aangaf wordt het spel beslist door het bezit van de stad Brighuera, de dorpen Trijueque en Torrija en de mogelijkheid om Nationalistische troepen in de linker onderhoek van de kaart af te laten marcheren. De Republikeinse speler kan dus met een gerust hart bijna driekwart van de kaart opgeven, maar die dorpen en de stad moet hij met hand en tand verdedigen.

In mijn beschrijving is duidelijk geworden dat er in de spelregels een aantal zaken simpelweg niet beschreven worden. Een dergelijke onduidelijkheid betreft ook de kaart. Op de kaart staat het Palacio Ibarra, dat zo'n belangrijke rol speelde in de gevechten, afgedrukt zonder dat er uitgelegd wordt wat het effect van dit palacio is! Ik ga ervan uit dat het geldt als city of town (opvallend is overigens dat er in dit spel geen verschil tussen beiden is!). In de loop van het spel zal een speler nog wel op meer van dergelijke gaten in de spelregels stuiten, die hij dan met zijn tegenspeler in onderling overleg en met gezond verstand moet oplossen. Hoewel dit op zich niet een probleem hoeft te zijn, is dit natuurlijk niet echt wat je van een set spelregels verwacht.

Een leuk klein detail overigens is dat er in de exclusieve spelregels voor Guadalajara regel vijf ontbreekt. of, zoals Randy Moorehead het vertaalt: "5. there is no rule 5!" (waarom moet ik nu denken aan de filosofieprofessors van de universiteit van Wallamaloo van Monty Phyton).

Conclusie

Het spel is een spel waar de speler zijn gezond verstand bij moet gebruiken om onduidelijkheden in de regels op te vangen en qua kaart en fiches is het niet echt opvallend. Als dit een spel was geweest over een bekende veldslag uit de Tweede Wereldoorlog (Kursk bijvoorbeeld), zou deze auteur zijn lezers aanraden om een ander spel te kiezen. Wat is er dan wel positief te noemen? Het onderwerp, om een ding te noemen. Dit is het enige spel dat ik op dit moment ken dat over de slag van Guadalajara gaat. Daarom alleen al is het een spel dat het spelen en bezit waard is. Voeg daar nog bij dat, ondanks de gaatjes in de regels deze niet moeilijk te begrijpen zijn (het is geen ASL) en je hebt hier een spel dat aanbevolen wordt voor spelers van makkelijke spelen en connaisseurs van minder bekende veldslagen.

Bronnen

© 2004 Frank van den Bergh