Chinoiserie
Een artikel over het spel `Manchu'
door Frank van den Bergh
Vraagje aan mijn lezers: wat was de oorlog met het grootste aantal slachtoffers in de wereldgeschiedenis? De Tweede Wereldoorlog natuurlijk. Maar nou: wat is de oorlog met het op één na grootste aantal slachtoffers in de wereldgeschiedenis? Iedereen die Eerste Wereldoorlog zegt heeft het fout. Dat was de Taiping opstand. Huh? Wattuh? Tai wat opstand? Hoe? Wie? Wat? Waar?
De Taiping opstand in China tegen het midden van de negentiende eeuw was een vreemde combinatie van sociale onrust en religieus fanatisme. De opstand werd begonnen door een landbouwer, Hung Hsiu-ch'an, die probeerde hogerop te komen. Om in het China van die dagen hogerop te komen moest hij slagen voor de oude en gecompliceerde ambtenarij-examens. Deze waren dermate ingewikkeld dat de kans om alles te halen er 1 tegen 6000 was. Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat Hung tot tweemaal toe voor zijn examen zakte (in 1836 en 1837). Na de tweede mislukking werd hij zwaar ziek en bleef veertig dagen lang in een staat van semi-bewustzijn. In de tussentijd had hij ook nog enige pamfletten van een plaatselijke christelijke missionaris opgepikt. In 1843 probeerde Hung het voor de laatste maal en zakte nogmaals.
Maar nu keek hij nog eens naar de pamfletten die hij in Canton had opgepikt en tot zijn eigen verbazing zag hij er een bevestiging in van de dromen die hij in zijn staat van semi-bewustzijn had gehad. Maar hij gaf een eigen draai aan het geheel. Zo was hij ervan overtuigd dat hij de jongere broer van Jezus Christus was en dat hij naar de aarde was gestuurd om iedereen tot zijn versie van het christendom te bekeren. Dit verspreiden van het geloof ging overigens met drastische maatregelen. Zo kreeg je een bepaalde tijd om het `Onze Vader' uit het hoofd te leren. Kende je het daarna niet uit je hoofd, dan werd je onthoofd. Verder moesten alle volgelingen van de Taipings hun aardse bezittingen verkopen en de opbrengst aan de gemeenschappelijke schatkist overdragen, tot goed van iedereen. Natuurlijk hadden alleen de `koningen' (of Wangs) van de Taipings toegang tot de schatkist, en zij hebben daar driftig gebruik van gemaakt. Een vriend van Hung, Feng Yun-shan, werd de voornaamste organisator en stichtte ook de Pai-shang-ti-hui, de `Vereniging van God-aanbidders'. Tegen 1848 waren er nog twee belangrijke leiders opgestaan, te weten Yang H'siu-ching en Hsiao Chao-kwei, die de eigenlijke leiding van de beweging van Hung overnamen terwijl Hung voornamelijk als filosofisch boegbeeld fungeerde. De `Vereniging' trok met name mensen aan die ontevreden waren over de corruptie in de Manchu regering. Zij vestigden zich vooral in de provincie Kwangsi.
Nu zou een dergelijk zooitje quasi-religieuze mafketels nooit veel aanhang gekregen hebben, ware het niet dat China in de greep was een steeds erger wordende economische crisis, om van de territoriale ambities van westerse mogendheden, die China met wapengeweld voor hun voordelige handelsverdragen opdrongen, nog maar te zwijgen. Er was een wijd verspreide onvrede met het incompetente bestuur van de Manchu-dynastie, dat niet in staat bleek om deze opeenvolgende crises het hoofd te bieden.
Begin 1850 vonden de eerste kleine schermutselingen plaats tussen de `God-aanbidders' en de lokale milities. Dit leverde nog meer nieuwe leiders op en in juli 1850 begon de opstand pas goed met een gevecht. De regering in Peking had over deze zaken gehoord, maar dacht dat het hier om `normale' bandieten ging en had de plaatselijke generaal bevolen om in Hunan troepen te werven om de bandieten in Kwangsi te onderdrukken. In de slag die hierop volgde leden de keizerlijke troepen een flinke nederlaag. Op 11 januari 1851 riep Hung de stichting uit van een nieuwe dynastie, de `T'ai-p'ing T'ien-kuo', het koninkrijk van de hemelse vrede.
De eerste fase van de opstand was er een waarin de keizerlijke troepen zich vooral in de steden terugtrokken en de Taipings met mobiliteit het initiatief hadden. Op deze manier veroverden zij een flink deel van Oost-China. Uiteindelijk besloten de Taipings naar het noorden op te rukken. Hierbij veroverden ze de ene stad na de andere, om ze overigens vaak weer op te geven als ze verder trokken. Van enige territoriale verovering was nog niet veel sprake. Zo bereikten zij uiteindelijk de grote Yangtse kiang en vandaar trok men naar het oosten. De volgende halte was Wu-c'hang, de hoofdstad van de provincie Hupeh. Tegen deze tijd was het Taiping-leger aangezwollen tot meer dan een miljoen (inclusief kampvolgers, vrouwen en kinderen). Met hun anti-Manchu propaganda trokken de Taipings veel ontevredenen aan, maar met name intellectuelen hadden maar weinig op met de Taipings en dus ontbrak het hen vaak aan ervaren administrateurs, zodat districten waar de Taipings doormarcheerden leeggeplunderd werden. Wu-c'hang werd op 13 januari 1853 ingenomen.
Tegen deze tijd realiseerde de drakentroon in het verre Peking zich dat wat zich in het zuiden afspeelde iets meer was dan een plaatselijk opstandje. Een nieuw leger werd gevormd onder de keizerlijke commissaris Hsiang Jung en dat trok op naar Wu-c'hang. Hierop trokken de Taipings verder in oostelijke richting. Zo bereikte men uiteindelijk Nanking, de oude hoofdstad van China en op 19 maart werd het ingenomen en riep Hung het uit tot de T'ien-ching, de hemelse hoofdstad van het nieuwe rijk. Hoewel dit een goede zet leek (nu konden de Taipings het Grote Kanaal afsnijden en daarmee Peking afsnijden van voorraden uit het zuiden) was het achteraf gezien een strategische vergissing. Want nu hadden de Taipings zich aan een lokatie gebonden waar zij zich concentreerden. Er werden nog wel kleinere expedities uitgezonden, waarvan er een bijna Peking bereikte alvorens ze op hun schreden terugkeerden.
Amper was Nanking gevallen of nu begonnen de keizerlijke troepen met een beleg van de stad. Dat was overigens niet een echt beleg en in juni 1856 veroverden de Taipings een van de twee kampen van het keizerlijke leger om de stad. Na dit gevecht vond er binnen de rangen van de Taipings een zuivering plaats waarbij een factie helemaal werd uitgeroeid en zeker 20.000 mensen omgebracht werden. Daarop volgden weer andere zuiveringen of afsplitsingen van leiders die met duizenden volgelingen voor zichzelf begonnen en het eindresultaat was dat op deze manier de Taipings zichzelf van hun meest effectieve leiders ontdeden.
Tot nu toe hadden de troepen van de Manchu keizers niet of nauwelijks effectieve tegenstand kunnen bieden aan de Taipings. Het was duidelijk dat het oude, in `banieren' ingedeelde en door corruptie verzwakte Chinese leger niet opgewassen was tegen de situatie. De meest effectieve reactie kwam van provinciale gouverneurs die hun eigen, gedisciplineerde troepen gingen werven. De bekendste hiervan was Tseng Kuo-fan, een ambtenaar uit Hunan, die de Hsiang-chun, oftewel het leger van Hunan oprichtte en hiermee de Taipings de ene nederlaag na de andere begon toe te brengen.
Tegen 1859 waren de kansen weer een beetje gekeerd in het voordeel van de Taipings. In 1857 waren er drie capabele nieuwe leiders opgestaan, te weten Hung Jen-kan, een neef van Hung, die in feite de minister-president van de Taipings werd en twee generaals Li Hsiu-ch'eng en Ch'en Yu-ch'eng. Beiden konden flink van leer trekken tegen de keizerlijke troepen. Hung en Li waren er tegen deze tijd van op de hoogte dat zij (materiële) steun van het westen nodig hadden en bij voorkeur een diplomatieke erkenning. Zij waren immers, net als de westerlingen `christenen'.
Het kwam dan ook als een flinke klap dat toen Li met zijn troepen richting Shanghai trok om het met dreigementen af te dwingen, hij op gewapend verzet stuitte en terug moest keren zonder iets bereikt te hebben. De handelaars van Shanghai gaven duidelijk de voorkeur aan de zwakke Manchu's boven de sterke en puriteinse Taipings, die bovendien het bezit van opium, de voornaamste Britse invoer naar China, verboden hadden (1). Tegelijkertijd ging door een tegenoffensief van de keizerlijken de stad Anking verloren voor de Taipings, waarmee hun rijk in twee delen geknipt werd. Nu konden de keizerlijke troepen opnieuw de aanval op Nanking inzetten. Na veel gevechten in de omgeving van Nanking, waaraan een plaatselijk, door Europeanen getraind en door de handelaars van Shanghai betaald leger, de `Ever Victorious Army' deelnam, werd de omsingeling van Nanking in maart 1864 voltooid. Nu was er geen ontzet meer en op 1 juni pleegde Hemelse koning Hung zelfmoord. Op 19 juli werd er een groot gat in de muur geblazen en viel Nanking. De koningen en prinsen van de Taipings die in handen van de keizerlijken vielen verloren hun hoofd (letterlijk).
Toch was dit nog niet het einde van de Taipings, want er waren nog de koningen die voor zichzelf begonnen waren. Die werden nu één voor één opgejaagd en uitgeschakeld. Tegen 1866 waren de laatste Taipings vernietigd en was de opstand neergeslagen.
De oorzaken van de mislukking van de Taipings kunnen gezocht worden in onder andere hun vreemde religieuze ideeën, die niet alle Chinezen aanspraken en in het feit dat de zuiveringen van 1856 het hart uit de beweging sneden. Ook waren er te veel `koningen' gekomen, elk met hun eigen agenda en legertjes.
De Manchu's hadden dan wel gewonnen, maar in hun overwinning lagen de zaden van hun uiteindelijke vernietiging in de eerste jaren van de twintigste eeuw en de ellende die China in de daaropvolgende jaren teisterde, besloten. Want de provinciale leiders die hun eigen legers gevormd hadden groeiden uiteindelijk uit tot de `warlords', die vooral in de eerste twintig jaar van de twintigste eeuw elkander beoorloogden en een sterk centraal gezag in China bemoeilijkten. De primitief communistische ideeën van de Taipings waren op hun beurt weer een bron van de inspiratie voor de Chinese communisten van Mao Tse-Tung.
Het spel
Het spel, Manchu, The Taiping Rebellion 1852-1868, is een spel voor twee spelers van Richard Berg en zat in Strategy & Tactics 116. Dit spel is er een dat Richard Berg al heel lang wilde maken (al sinds zijn studietijd, want hij schreef een scriptie over de opstand). Met dit als achtergrond moeten de verwachtingen wel hoog gespannen zijn. Laten wij eens kijken wat hij ervan gemaakt heeft.
Kaart en counters
De kaart, moet ik bekennen, is er één van een nauwelijks te overtreffen lelijkheid (OK, die van Rise of the House of Sa'ud is nog lelijker, maar die is dan ook wel foeilelijk). Bij de meeste wargame kaarten worden kleuren gebruikt om verschillende terreingesteldheden aan te geven. Hier geven ze echter de provincies van China aan. Het is even wennen. De provincies hebben verder een lettercombinatie die aangeeft welke waarde zij hebben voor recrutering door beide partijen. Rivieren komen in twee soorten: de smalle en de brede. Verder is de kaart aan de rand verlucht met een afbeelding van Hung, een turn record track die ook de jaren van de Chinese astrologie aangeeft en kleine boxes om eenheden bij een leider op te bergen als de stapels op de kaart te groot worden.
De counters zijn, om het netjes te zeggen, veelkleurig. De Taipings zijn rood, de bannermen khaki, de provinciale legers groen en de Manchu leiders geel. Hier zijn er geen onduidelijkheden. De schaal van het spel is: ieder hokje heeft een doorsnede van ongeveer 60 kilometer en iedere step Taiping troepen is ongeveer 2600 man, iedere step Manchu troepen is ongeveer 3000 man en iedere step Mongoolse cavalerie is ongeveer 1000 ruiters.
The proof of the pudding
De belangrijkste vraag is natuurlijk: hoe werkt het spel? Is het speelbaar? Geeft het een beetje een accuraat beeld van de gebeurtenissen? Laten wij allereerst eens kijken naar de beurt. Iedere beurt is er één van een jaar, en dus moeten beide spelers in dat jaar veel te doen hebben. \centerline{\sl Taipings}
De beurt begint met het bepalen van de Manchu commitment. Daar er in China altijd wel ergens een opstandje of banditisme aan de gang was beginnen de Manchu's op het niveau `curious' Als de Taipings een aantal steden veroverd of victory points verworven hebben wordt het `worried'. Wanneer de Taipings dan nog meer succes hebben wordt het uiteindelijk `committed'. Deze status is van groot belang voor de Manchu speler, want zo lang hij niet `committed' is zijn er een flink aantal beperkingen aan de troepen die hij kan recruteren (geen provinciale legers, bijvoorbeeld). Hier moet even uitgelegd worden dat die laatsten belangrijk zijn. De Manchu's beginnen het spel met Chinese en Manchu `bannermen'. De eersten zijn compleet waardeloos kanonnenvoer en de tweede ietsje nuttiger (maar niet veel). De provinciale troepen moeten uiteindelijk de beslissing brengen, terwijl de Mongoolse cavalerie van de Manchu's ook een belangrijke rol kan spelen.
Dan volgt het bepalen van het initiatief met een dobbelsteenworp. Zo lang de Manchu's nog niet `committed' zijn hebben de Taipings op dit punt een duidelijk voordeel. Zijn de Manchu's `curious' dan hebben de Taipings het initatief op een worp van 1 tot 5 met een zes-zijdige dobbelsteen!
Richard Berg zou zijn bijnaam `Richard Random Events Table Berg' niet waarmaken wanneer er in dit spel geen plaats was ingeruimd voor toevallige gebeurtenissen. Alleen heet het in dit spel de `Interesting Times Table', zo genoemd naar een oude Chinese vervloeking. Er kunnen verschillende zaken gebeuren, van de pest en droogte, via onderlinge moordpartijen onder de Taipings tot een complete verandering van de loop van de Gele Rivier (dit gebeurde in 1855!). Op deze manier kunnen ook bandieten als de Triades en de Nien in het spel komen (die de Taipings helpen). Dezen zijn echter beperkt in het gebied dat zij kunnen beheersen.
Na al deze gebeurtenissen komen wij bij het hart van het spel, de Operations Phase. Allereerst heeft de speler met het initiatief twee Operations waarbij hij niet hoeft te gooien of hij het initatief behoudt en in beurt 1 heeft de Taiping speler automatisch het initiatief. Wanneer een speler normaliter een operatie uitgevoerd heeft kan hij of de beurt overgeven aan zijn tegenstander of proberen verder te gaan. Om opnieuw een beurt te krijgen moet hij aangeven wat hij wil gaan doen en gooien op de `Turn Continuation Table'. Er zijn drie resultaten: doorgaan, pass en afgelopen. Doorgaan en afgelopen zijn duidelijk, bij pass krijgt de andere speler de beurt.
Een speler die aan de beurt is heeft de keuze uit verschillende zaken. Zo kan hij bewegen. Er zijn twee soorten beweging, te weten bewegen met en bewegen zonder een aanwezige leider. Het voornaamste verschil is dat bij het bewegen zonder leider er maar maximaal vijf strength points mogen bewegen. In principe mag een eenheid in een beurt een onbeperkt aantal bewegingsoperaties uitvoeren, maar als hij er meer dan één onderneemt gaat de slijtage (attrition) tellen. Bij het aanvallen gelden dezelfde regels. Indien er een leider aanwezig is mag een onbeperkt aantal eenheden in een enkele beurt een onbeperkt aantal aanvallen uitvoeren; wanneer er geen leider aanwezig is dan ligt er een grens bij vijf eenheden. Eenheden aan land mogen alleen andere eenheden te land in hetzelfde hokje aanvallen. Eenheden die in jonken op rivieren dobberen mogen alleen door eenheden van de andere speler op hun eigen jonken vanaf een naburige hexside aangevallen worden. Over die jonken zometeen meer.
Verder mag een speler die aan de beurt is proberen troepen aan te werven of leiders te recruteren. De Manchu speler mag proberen om de `Ever Victorious Army' op te richten. Dit mag overigens maar één keer per spel met succes plaatsvinden. Dus als de Taipings dat `Ever Victorious' zooitje de ziekenboeg in meppen kunnen ze niet meer terugkomen. Dan is het zo dat spelers één maal per player segment als actie mogen gooien op de `Interesting Times Table' en tenslotte mag een speler jonken bouwen.
Even over die jonken, ze zijn belangrijk in dit spel. De grote rivieren van China waren (en zijn) de voornaamste transportaders van het land, maken snel vervoer mogelijk en controle van de grote rivieren is voor beide spelers van vitaal belang. Elke jonk kan 10 steps aan mankracht vervoeren, maar cavalerie kunnen zij niet vervoeren. De jonk counters zijn overigens aan de bodem van de counter voorzien van een pijltje om aan te geven dat zij niet in een hex liggen, maar letterlijk op een hexside. Verlaten jonken kunnen overigens door elke speler opgepikt worden en verloren gaan door onder andere optreden tegen de rivier piraten op de Yangtse. Jonken mogen overigens niet de open zee op. Een kleine tip: bouw altijd meerdere jonken om mee te sturen met een leger. Paul Dangel vertelt eens hoe hij dat niet deed tijdens een spel en het hele Taiping leger op een jonk propte, die toen tijdens de beurt prompt zonk, hetgeen het einde van het spel betekende aangezien alle opstandelingen vissenvoer waren geworden. Jonken plus de mogelijkheid om tijdens een beweging troepen te detacheren maken een soort van rivier-blitzkrieg mogelijk, waarin onbemande steden als rijpe appels kunnen vallen en zelfs hele provincies op die manier in een beurt van eigenaar kunnen wisselen. De remedie? Bouw je eigen rivier vloot.
Nu is bewegen één, maar de speler die niet aan de beurt is kan altijd proberen eenheden van de bewegende speler in het er naast liggende hokje te onderscheppen. Per beurt kan een leider en zijn stack van troepen één maal een succesvolle intercept uitvoeren. Om zo'n onderschepping uit te voeren moet hij een dobbelsteen gooien; bij vijf of meer slaagt de onderschepping (met de initiative rating van de leider en een +1 voor eventuele cavalerie als modificatoren).
Dit alles leidt natuurlijk tot het vechten. Dat vindt plaats tussen eenheden in hetzelfde hokje en gaat als volgt: Beide spelers vergelijken de sterkte van beide partijen. De aanvaller gooit twee dobbelstenen, waarvan er een de tientallen is en de andere de eenheden en deze worp wordt dan aangepast naar mate van het totale aantal battle points die beide spelers hebben. Dat levert uiteindelijk een letter op waarmee de spelers op de Loss level chart kijken om te zien wat de slagersrekening is. En reken er maar op dat die hoog kan zijn. De waardeloze Chinese 'bannermen' kunnen zelfs in een veldslag tot 75% van hun totale sterkte verliezen! Maar zelfs de Taipings kunnen, als ze pech hebben, 25% van hun sterkte verliezen. De regels zeggen niet voor niets: ``The CRT can produce a wide, and usually bloody, range of results''. Verliezers moeten of terugtrekken, of in wanorde terugtrekken (terugtrekken met een extra attrition dobbelsteenworp) of ze zijn `engaged' en dan trekt niemand terug. Leiders kunnen natuurlijk sneuvelen en zij kunnen de battle points veranderen.
Om al die verliezen weer goed te maken moet er gerecruteerd worden. De Taiping kan nieuwe leiders pas in het spel brengen wanneer hij zijn `hemelse hoofdstad' gevestigd heeft in een tempo van één per beurt. Dit kost echter wel een operatie. Bij de Manchu's heb je de niet zo goede keizerlijke commissarissen, waarmee men begint en de provinciale leger commandanten. Die laatsten mogen echter pas op komen wanneer de Manchu's committed zijn de Taipings te vernietigen en kunnen, wanneer zij ten minste 20 manpower steps hebben en een thuisprovincie die niet door de Taipings gecontroleerd wordt, zichzelf uit roepen tot warlord. Omdat hij pas later in het spel goede leiders krijgt kan de Manchu speler zich in het begin beter houden aan het oude Chinese gezegde: ``Van de 36 strategieën is vluchten het best''.
Voor het recruteren van troepen is een operatie vereist. Hiervoor vergelijk je de recruiting rating van de provincie met een dobbelsteenworp. Het bezit van provincies is belangrijk. Wanneer een speler alle steden in een provincie bezit dan controleert hij die provincie en dat levert betere resultaten op bij het recruteren. Dat levert dan voor de Taipings geregelde troepen en voor de Manchu's Chinese of Manchu `bannermen'. Vanaf beurt 9 bestaat de kans dat de Taipings in plaats van geregelde troepen conscripts krijgen, die een stuk minder bezield zijn en dus minder effectief vechten. Wanneer de Manchu's `committed' zijn kunnen beide spelers bij hun recruteringen ook nog profiteren van de Likin bonus. De Likin was een belasting die beide spelers mogen innen. De voorwaarde is wel dat er een leider van die speler in een grote stad naast een grote rivier of een kanaal moet staan.
Tenslotte is er nog de mogelijkheid dat er interventies van buitenaf komen. Hiervoor zijn er in het basis spel een paar regels, maar in een artikel in The Wargamer staan uitgebreidere regels, voor de spelers die een dergelijke interventie in meer detail willen uitvechten.
Conclusies
Richard Berg heeft met Manchu een zeer interessant spel gemaakt. Er zitten weliswaar een paar kleine haken en ogen aan (zoals de errata bij de kaart) maar daar staat tegenover dat het spel de spelers een fascinerende blik biedt op een Chinese burgeroorlog die in het westen helaas vrijwel onbekend is. Het is misschien niet één van de beste spellen ooit gemaakt, maar het is wel het enige over deze periode. Bovendien is dit een van die spellen waarbij je als speler een heleboel leert over de geschiedenis van een land. Dat is natuurlijk nog een extra bonus. Ik kan het warm aanbevelen aan mensen die eens zin hebben in iets nieuws of die echt iets willen leren over de geschiedenis van China in de 19e eeuw.
Bronnen
- De verboden stad. Hofcultuur van de Chinese keizers (1644-1911), Rotterdam, Museum Boymans van Beuningen, 1990
- Paul Dangel, Manchu tactics and answers, in: The Wargamer, volume 2, no 5
- Paul Dangel, Optional Occidentals, in: The Wargamer, volume 2, no 5.
- Ian Heath, Armies of the nineteenth century: Asia, 2: China, St. Peter Port, Foundry books, 1998
- Ian Heath, The Taiping Rebellion 1851-66, London, Osprey Publishing, 1994
- Brian Inglis, The Opium War, Sevenoaks, Hodder and Stoughton, 1979.
- George McDonald Fraser, Flashman and the Dragon (een onontbeerlijke, zij het fictieve, maar goed onderzochte, secundaire bron voor deze periode).
- Clark Worswick, Jonathan Spence, Imperial China photographs 1850-1912
(1) Om die invoer van opium uit Bengalen af te dwingen hebben de Engelsen in de negentiende eeuw tot twee maal toe een oorlog tegen China gevoerd. De invoer van opium werd afgedwongen als ruilmiddel voor de Chinese thee, en we weten allemaal hoe dol de Engelsen daar op zijn. Ook Nederland gaat in deze tijd niet vrijuit. Wil je geloven dat de Staat der Nederlanden in de negentiende eeuw opiumfabrieken runde in Indonesië? terug
© 2004 Frank van den Bergh