Pendragon 2005, sessie 2

Alein: Sander
Bandalaine: Sven
Bliant: Daniël
Chestelaine: Bart

Sessie 2

Deze sessie start met de winterfase van het jaar 532. In de winterfase wordt er niet gerollenspeeld, maar worden de ervaring van de zomer van het jaar ervoor verwerkt. De spe-lers trainen hun vaardigheden en worden (hopelijk) betere ridders. Zij en hun schildknapen worden ook een jaar ouder.

In de lente van het jaar 532 zijn de ridders en hun schildknapen nog steeds onderdeel van het huishouden van Sir Robert, Earl of Salisbury. Zij zijn inmiddels een jaar ridder en zijn gewend aan hun nieuwe status en hun nieuwe verantwoordelijkheden.

Sir Bliant heeft inmiddels besloten wat voor een wapen hij op zijn schild wil dra-gen. Het is in drieën gedeeld, en op ieder deel staat een afbeelding, een afbeelding van een vat bier, een afbeelding van een roodharige vrouw en een afbeelding van een beer. Hij heeft na-melijk ooit gehoord dat een echte ridder een vat bier leeg kan drinken, de liefde kan bedrijven met een beer en dan een vrouw dood kan knuppelen, of zo.

Op de eerste mooie lentedag trekken de ridders er met hun schildknapen op uit om een inspectieronde te maken langs een aantal dorpjes en boerderijen op het grondgebied van Sir Robert, officieel om te horen hoe de onderdanen van Sir Robert de winter doorstaan heb-ben en om te vragen of zij eventueel nog hulp nodig hebben, maar eigenlijk om er na de lange winter weer eens op uit te zijn in de frisse lucht en de lentezon. Het is een heerlijke dag, het is prettig om weer eens buiten te zijn, met de onderdanen van Sir Robert is weinig aan de hand, sinds het een zachte winter is geweest en het gebied is heel bekend, dus de dag heeft wel wat weg van een pleziertochtje.

Aan het einde van de middag willen de ridders weer op huis aangaan. Zij rijden over bekende wegen naar huis terwijl de zon ondergaat en er mist op komt zetten van de vochtige weiden en de verschillende beekjes en stroompjes. De nevel wordt echter steeds dik-ker en algauw zien de ridders geen hand voor ogen meer. Zij zien slierten nevel om de benen van hun paarden kronkelen en zij weten al snel niet meer waar zij zijn.

Breunis, de schildknaap van Bliant herkent deze mist (Faerie Lore succes. De rest miste allemaal hun Faerie Lore, maar Breunis heeft een hoge Faerie Lore, schildknapen kun-nen op die manier tekortkomingen van hun meesters recht breien. ) en vertelt zijn meester: “O heer, dit zijn de nevelen van elfenland, wij zullen verdwaald raken tussen de elfen en nooit meer naar huis terugkeren!” Bliant probeert de jongen gerust te stellen door te zeggen: “Knul, zie je Sir Alein daar voor ons, hij is de knapste van ons allemaal, de elfen zullen in hem geďn-teresseerd zijn en niet in ons.”

Bliant deelt de vermoedens van zijn schildknaap wel met zijn vrienden. Bandalai-ne zegt daarop meteen dat elfen niet bestaan en dat dit gewone nevel is. Elfen zijn verzinsels van heidenen en hij is een goede christen. Chestelaine is bang voor elfen en hun magie. Bliant stelt hen allen gerust, elfen kunnen niet tegen koud ijzer en als ridder zitten zij helemaal vol met ijzer.

Alein stelt voor om een kamp op te slaan en de nacht hier door te brengen en mor-gen, wanneer de zon weer schijnt verder te trekken. Dan is de nevel waarschijnlijk weg en kunnen zij hun weg weer vinden. Net wanneer de groep dat wil gaan doen, zien zij in de verte een rossig schijnsel door de nevel komen. Het lijkt een groot vuur te zijn. Zij besluiten er op af te gaan en onder de mensen te zijn.

Wanneer de groep zich in de richting van het schijnsel begeeft, trekt de mist al snel op. Zij bevinden zich in een weide. In deze weide zijn een grote groep mensen feest aan het vieren. Boven verschillende vuren braden grote stukken vlees, er staan een paar tonnen bier klaar en aan een paar grote tafels zitten mensen te eten. Dan worden de ridders opge-merkt. Een kleine dikke man met een baard en een bierpul in een hand nadert hen en zegt: “Gegroet oh nobele ridders, willen jullie niet bij ons aanschuiven en delen in ons feest-maal?”

De groep is erg verwonderd over wat zij hier aantreffen. De nevelen zijn plotseling weg en hier treffen zij een feest aan waar zij niets van wisten. Zij zijn er vrij zeker van dat zij zich nog altijd op het terrein van hun Heer bevinden en zij hadden het toch moeten weten als er een groot feest gegeven zou worden, waarbij toch verschillende stuks vee geslacht zouden worden.

Bliant vertrouwt het niet, hij weet dat zij nog op het terrein van hun Heer zijn, maar hij kent geen van deze mensen. Zij hebben een groot feest georganiseerd en zij, de rid-ders, wisten van niets. Hij denkt dat de groep niet langer op het terrein van Sir Robert kan zijn.

De groep wantrouwt de vreemde feestvierders en zij besluiten om geen drank of voedsel van hen aan te nemen (Succesvolle temperate checks).

Wanneer de groep besluit om niets aan te nemen en door te rijden. Wanneer zij dat besloten hebben, zien zij in eens een pad dat hen wegleidt van de feestvierders door andere weiden. Zij besluiten dit te volgen en al snel kunnen zij de feestvierders niet meer zien of ho-ren.

Dan zien zij voor zich een nieuwe weidevallei. Ook hier zijn mensen feest aan het vieren, maar hier gaat het er allemaal wat wilder aan toe. Er zijn grote vuren, waar mensen om heen dansen, er klinkt opzwepende drummuziek en sommige van de feestvierder lijken hele-maal bloot te zijn.

Al snel worden de ridders opgemerkt en een knappe jonge vrouw met een enorme bos rood haar en een behoorlijk loszittende kleding komt naar hen toe en zegt: “Dag knappe jongens, waarom komen jullie niet gezellig met een ons een feestje vieren, het kan heel gezel-lig worden met jullie erbij! We vieren het begin van de lente.”

Alein en Chestelaine weigeren beleefd (Succesvolle chaste checks), maar Bliant and Bandalaine storten zich zo in het feestgedruis, waarbij zij hun schildknapen meenemen. Bliant roept Breunis nog toe: “Nou jongen, vanavond word je een echte man!” (Succesvolle lustful checks.) Al snel nemen Bliant en Bandalaine en hun schildknapen deel aan een polo-naise waarbij zij al hun kleren uittrekken. Alein en Chestelaine proberen hen nog over te ha-len om met hen mee te komen. Bliant en Bandalaine hebben allebei schattige halfontklede meisjes op schoot en zij weigeren.

Dan rest Alein en Chestelaine niets anders dan samen verder te reizen. Zij volgen het pad de vallei uit en al snel ligt het bacchanaal waar zij Bliant en Bandalaine moesten ach-terlaten achter hen.

Dan komen Alein en Chestelaine weer bij een nieuwe weide. Deze is stil en don-ker. In het midden van de weide brandt een klein vuurtje en eromheen staan een aantal tenten. Wanneer zij de tenten naderen, zien zij dat er iemand bij het vuur de wacht houdt.

Deze jongeman staat op en stelt zich voor als de schildknaap van Sir Harold of the Green. Alein is meteen wantrouwend. Hij kent alle ridders die onder Sir Robert vallen van naam en gezicht en de belangrijke ridders van de naburige gebieden kent hij ook en hij heeft nog nooit gehoord van Sir Harold (Een succesvolle recognize, maar Sir Harold is niet van de mensenwereld. ). Hij vraagt door en wil weten aan wie Sir Harold trouw verschuldigd is. De schildknaap antwoordt dat zijn Heer loyaal is aan Koningin Titiana. De ridders hebben nog nooit gehoord van deze koningin.

Dan vraagt de schildknaap of de ridders niet de nacht willen doorbrengen in een van de tenten van Sir Harold. De ridder is erg gastvrij en de bezoekers zijn nog laat op pad, een zacht bed zal vast welkom zijn. Chestelaine vindt dat hij een lange dag heeft gehad en neemt het aanbod van deze vriendelijke ridder aan (Succesvolle lazy check.). Hij gaat met zijn schildknaap een van de tenten binnen en al snel hoort Alein het gesnurk van zijn vriend Ches-telaine. Alein vertrouwt het allemaal niet en hij wil doorrijden. Hij wil de tent van Chestelaine nog binnen gaan om hem wakker te maken, maar de schildknaap van Sir Harold belet hem dat. Alein besluit verder te rijden, helemaal alleen (Succesvolle energetic check.).

In zijn eentje rijdt Alein verder door de duistere nacht in deze vreemde wereld. Zijn vrienden zijn al lang betoverd door deze vreemde plaats. De weg die Alein volgt leidt hem naar een mooie grote weide, omringd door enkele majestueuze bomen. Tussen de bomen ziet hij een groep mensen. Zij zijn allen zeer rijk gekleed en zij lopen rond op zitten op ban-ken. Er wordt door muzikanten zeer verfijnde en sprookjesachtig mooie muziek gemaakt. Bedienden lopen tussen hen door met hapjes en drankjes. Aan het verre einde van de weide zit een vrouw op een troon. Zij is al wat ouder en heeft prachtig bruin haar.

Wanneer Alein dit hof nadert, merkt zij hem meteen op. Een aantal bedienden snelt toe om Alein van zijn paard te helpen en hem naar de troon te leiden. Alein knielt voor de vrouwe op de troon. Hij stelt zich voor en vertelt haar van de avonturen die hij deze avond heeft beleefd in haar land.

De vrouw stelt zichzelf voor als Koningin Titiana. Zij is verontrust en boos: “Is het evenwicht tussen de werelden nu zover uit balans dat zelfs oningewijden hier kunnen ko-men?!” Dan staat zij op, loopt naar Alein toe en wuift met haar sjaal over zijn ogen. Het wordt Alein zwart voor de ogen.

De ridders worden wakker van de ochtendzon die hen in de ogen prikt. Zij kijken om zich heen en herkennen hun omgeving als een weiland vlakbij de stad Sarum. Alein heeft de sjaal van Koningin Titiana nog in zijn hand. Even verderop ligt Chestelaine samen met zijn schildknaap te snurken onder een deken van blaadjes. Nog wat verder liggen Bliant and Ban-dalaine en hun schildknapen helemaal bloot in een gepassioneerde omarming met een paar boomstammetjes. Bliant murmelt nog iets als: “Buxus, Taxus, wat zijn jullie toch stoute meis-jes.”

Wanneer iedereen weer wakker is, proberen zij de gebeurtenissen van de avond op een rijtje te zetten. Alein vertelt dat hij is doorgereisd en een ontmoeting had met Koningin Titiana, koningin van de elfen. Zij was boos en verontrust dat mensen in haar rijk wisten door te dringen. Als bewijs heeft hij haar zeer rijkelijk bewerkte gele sjaal.

Chestelaine vindt het vreemd en onbeleefd dat Sir Harold zomaar is vertrokken zonder afscheid te nemen van hem. Bandalaine gelooft ondanks alles niet dat er die nacht iets raars is gebeurd. Zij hebben allen gewoon vreemd gedroomd, ongetwijfeld door de frisse len-telucht.

Bliant gelooft net als Alein dat er die nacht iets vreemds is gebeurd. Zij zijn allen verdwaald geraakt in elfenland. Hij denkt, naar aanleiding van de woorden van Koningin Titi-ana dat het niet de bedoeling was dat zij zo lang in het lang van de elfen verbleven. Alein denkt nog wat verder na over elfen (Faerie Lore critical, wel mooi, Alein heeft een 1 in faerie lore, dus een succesvolle rol was ook meteen een critical. ). Hij weet dat Koningin Titiana inderdaad de koningin van de elfen is, de groep is dus daadwerkelijk in elfenland geweest. Maar mensen kunnen dat land niet zo makkelijk betreden of verlaten.

Bliant merkt op dat de koningin ook bezorgd leek over de aanwezigheid van men-sen in haar rijk. Zij vond dit dus ook niet normaal en weet ook niet hoe het komt, zij zocht de oorzaak meteen in de wereld van de mensen. Chestelaine vertrouwt erop dat de koningin alle problemen kan verhelpen. Hij en zijn collega ridders zijn daarbij niet nodig. Alein wil snel contact opnemen met Merlijn de Tovenaar. Hij is tenslotte de meest vooraanstaande expert op dit gebied.

Dan besluit de groep om zo snel mogelijk naar huis te gaan om verslag uit te bren-gen van hun ervaringen. Op weg naar huis probeert Bandalaine de groep over te halen om te doen alsof zij allen een avond lang ziek zijn geweest. Bliant stelt voor om te doen alsof zij zijn aangevallen door Sir Brutus Zonder Genade. Chestelaine herinnert hen allen er scherp aan dat zij nu ridders zijn en dus gezworen zijn om altijd de waarheid te vertellen.

In Sarum wordt de groep door het hof van Sir Robert met vreugde ontvangen. Ie-dereen was zeer bezorgd geraakt toen een groep van vier ridders met hun gevolg niet terug-kwamen van een patrouille over bekend gebied. Nu zij weer terugzijn wil iedereen horen wat zij te vertellen hebben. De ridders vertellen eerlijk wat hen overkomen is.

Sir Robert en zijn adviseurs zijn zeer bezorgd door het verslag dat de ridders heb-ben gegeven. Ook zij weten dat het niet normaal is om zo gemakkelijk in het rijk van de elfen terecht te komen. Sir Robert weet wat hem te doen staat. Hij moet zo snel mogelijk zijn eigen Heer, Koning Arthur van deze ontwikkelingen op de hoogte stellen. Hij stuurt de ridders meteen op een missie naar Camelot om verslag te doen aan Koning Arthur. De volgende och-tend zullen zij vertrekken.

Alein neemt eerst nog de tijd om te spreken met zijn min, een oudere vrouw die veel wist over de elfen en hem daar vroeger altijd veel over vertelde. Hij probeert het een en ander van haar te weten te komen, maar hij heeft weinig aan haar. Zij is duidelijk seniel ge-worden en haalt alleen maar genante verhalen op over haar vroegere pupil. Zo weten zijn vrienden nu dat hij als kleuter graag in zijn blootje over de binnenplaats rende.

Drie dagen later arriveert de groep zonder al te veel problemen in Camelot. Zij worden door soldaten bij de stadspoorten opgevangen. Wanneer zij hun namen en hun missie opgeven, rent een van de soldaten naar het kasteel van de koning. Boodschappers van een belangrijke vazal als Sir Robert worden altijd meteen doorgestuurd. De ridders worden snel en efficiënt naar de tafelzaal van Koning Arthur gebracht. Daar ontmoeten zij Koning Arthur en een aantal van zijn beroemde ridders. Zij zien ook Merlijn de Tovenaar.

Bliant besluit het woord te voeren. Hakkelend en stotterend uit nervositeit vertelt hij wat hij en zijn vrienden vier dagen geleden hebben meegemaakt (Orate failure). Hij vertelt ook de mysterieuze woorden van Koningin Titiana. Koning Arthur en zijn adviseurs zijn ge-schokt over wat zij te horen krijgen. Zij weten van het bestaan van elfen en het rijk van de elfen, maar het is niet gebruikelijk dat mensen daarheen kunnen reizen.

Wanneer het gefluister verstomt, neemt Merlijn de Tovenaar het woord. Hij vertelt de ridders dat zij inderdaad naar het land van de elfen gereisd zijn. Gelukkig zijn zij weer vei-lig teruggekeerd, dat is niet iedereen gegeven. Op sommige plekken in de wereld kan men heel makkelijk naar de wereld van de elfen reizen. Een van die plekken ligt op het gebied van Sir Robert, namelijk de Gigantendans, ofwel Stonehenge. Maar dit gebeurde niet daar.

Merlijn gaat verder, de woorden van Koningin Titiana zijn ook verontrustend zij suggereren dat hier iets of iemand de balans tussen de werelden uit evenwicht brengt. Het is uiteraard aan Merlijn om dit verder uit te zoeken. Merlijn zegt toe daar meteen mee te begin-nen, maar het kan een tijdje duren voor hij concrete antwoorden heeft.

Terwijl de ridders luisteren naar de woorden van Merlijn, realiseert Bandalaine zich ineens dat verhalen heeft gehoord over Merlijn, hij zou getrouwd zijn met de Koningin van de elfen (Intrigue critical). Moet hij dan niet meer weten over wat er gaande is? Het valt Bliant op dat Merlijn betrapt kijkt wanneer hem de woorden van Koningin Titiana overge-bracht worden (Awareness succes). Zou Merlijn meer van deze zaken weten dan hij toegeeft. Bliant neemt zich voor om meer te weten te komen over Merlijn.

Kort hierna is de audiëntie voorbij. De ridders zijn welkome gasten van Koning Arthur. Zij krijgen kamers toegewezen en kunnen voorlopig blijven om bij te komen van hun avonturen.

Later die dag probeert Bliant om Merlijn alleen te spreken te krijgen. Dat lukt hem in een van de vele gangen in het kasteel van Koning Arthur. Hij confronteert Merlijn met zijn vermoedens over het een huwelijk tussen hem en de Koningin en hij vraagt ook direct of Mer-lijn meer weet. Merlijn ontkent ooit getrouwd te zijn geweest met de Koningin van de Elfen. Hij zegt dat hij ooit eens getrouwd was met de Vrouwe van het Meer, maar dat zij allang dood is. Bliant laat zich niet afleiden en houdt vol dat Merlijn meer weet over wat de Koningin van de Elfen zorgen baart. Merlijn houdt vol dat hij en anderen zich bezighouden met magie, hij heeft tijd nodig om uit te zoeken wat er gaande is, en als hij meer weet, zal hij het laten weten aan hen en Sir Robert.

De groep blijft nog een aantal dagen aan het hof van Koning Arthur en Bliant ziet zelfs nog kans om een potje te schaken met Koningin Guinevere. Hij wordt vernietigend ver-slagen. Maar na verloop van tijd wordt duidelijk dat Merlijn een lange tijd nodig heeft voor zijn onderzoek. Aangezien zij de opdracht van hun Heer vervuld hebben, keren zij weer terug naar Salisbury.

Dit markeert het einde van de avonturen van de ridders voor het jaar 532.