Pendragon 2005, sessie 3
Alein: Sander
Bandalaine: Sven
Bliant: Daniël
Chestelaine: Bart, maar die was voor deze sessie helaas afwezig.
Sessie 3
Deze sessie start met de winterfase van het jaar 533. De spelers verwerken hun erva-ringen van de zomer van het vorige jaar. Zij worden allemaal een stukje ervarener en krachti-ger. Daniël investeert zijn ervaringen van vorig jaar in zijn karakterkenmerken, hij investeert in die kenmerken die belangrijk zijn voor de erecode van ridders. Zijn karakter Bliant is nu zo ridderlijk dat hij aanspraak kan maken op een bonus op zijn armor en op zijn ieder jaar ver-kregen Glory. Dit maakt zijn karakter aanmerkelijk sterker (De zgn Chivalry bonus.).
In de maand juni van het jaar 533 werken de ridders nog altijd voor Sir Robert, Earl of Salisbury. Zij zijn meer dan een jaar geleden naar Camelot gegaan om daar verslag uit te brengen aan Koning Arthur en Merlijn de Tovenaar, maar zij hebben daar nog altijd niets over gehoord. Aan de andere kan is er ook niets vreemds meer gebeurd. Dus wie weet is het pro-bleem allang opgelost.
Die avond, wanneer Sir Robert met zijn familie en volgelingen eet in de eetzaal van zijn vesting, komen er plotseling twee wachters binnen met tussen hen in een klein en nerveus kijkend boertje. Een van de wachters loopt naar voren en heeft een gefluisterd gesprek met Sir Robert. Dan wuift Sir Robert naar de andere wachter dat hij het boertje naar voren moet bren-gen. De wachter brengt het mannetje naar voren. Wanneer het mannetje bij de tafel van Sir Robert is, steekt hij van wal, nerveus zijn pet in zijn handen heen en weer draaiend: “Ik ben een boer van u, o Heer. Nabij Warminster, aan de rivier de Wylye in het Woud van Morgaine heb ik een kleine boerderij. Twee dagen geleden zag ik bij zonsopgang het Witte Hert over mijn grondgebied lopen. Ik weet wat voor een edel wild het is en hoe graag nobele ridders daarop jagen. Vandaar dat ik meteen naar u ben toegekomen om u dit te vertelen.”
Deze boodschap slaat in als een bom. Het Witte Hert is een mythisch wezen dat zich niet vaak laat zien. Niemand heeft het ooit gevangen, maar in de jacht erop hebben vele rid-ders spannende avonturen meegemaakt en een naam gemaakt voor zichzelf. Sommige ridders konden de vele avonturen echter niet aan. Iedereen begint meteen opgewonden met elkaar te praten.
Ridder Bliant zorgt ervoor dat het boertje behoorlijk te eten krijgt na dit nieuws en laat hem zelfs naast hemzelf aan tafel plaatsnemen. Hij wil het boertje uithoren over de precieze lokatie van zijn boerderij en hoe en waar het Witte Hert precies gezien is.
De volgende dag vertrekt Sir Robert met zijn vrouw en een groot deel van zijn gevolg naar Warminster. Vanuit daar zullen zij op jacht gaan naar het Witte Hert. De reis naar War-minster neemt twee dagen in beslag, maar verloopt zonder avonturen. In Warminster over-nacht de hele groep en de volgende dag gaan zij op jacht.
In de ochtend vertrekt Sir Robert met zijn gevolg naar het woud van Morgaine waar het Witte Hert gezien is. Op een open plek in het woud richten zij een soort picknick plaats in. Daar zullen de ouderen achterblijven om de eventuele gewonden te verzorgen en de buit te verwerken.
Dan gaan de jagers op pad. De vrouwen zullen met vogels jagen op kleiner wild als konijnen en gevogelte. De mannen zullen te paard met speren en pijl en boog jagen op groter wild.
Als snel worden er een aantal herten gezien. De jachttroep gaat erachteraan. Bliant en Bandelain weten beiden een hert neer te halen met hun speer (Hunting succes). Alein weet echter met zijn speer een machtige en indrukwekkende 14 enter hertenbok neer te halen (Een hunting critical. ). Alein probeert dit succes meteen om te zetten in politiek voordeel wanneer hij probeert voor te doen komen alsof het Sir Robert was die de hertenbok doodde. Sir Robert is gevleid door dit gebaar van Alein (Courtesy critical), maar wil daar verder niets van weten en wuift Alein alle lof toe.
Na dit succesvolle begin van de jacht gaat de troep er weer op uit. Blaint en Bandalain zien al vrij snel het Witte Hert tussen de bomen bewegen (Awareness succes). Zij roepen de rest van de meute en zetten de achtervolging in op dit magnifieke dier. In een wilde jacht ra-zen zij door het woud, maar het Witte Hert weet hen altijd voor te blijven. Tijdens deze wilde rit ziet alleen Bliant dat er een ongewone nevel komt opzetten in het woud (Awareness criti-cal). Hij realiseert zich echter niet wat dat betekent en probeert het Witte Hert bij te hou-den (Faery lore failure. ).
Bandalaine merkt na een tijdje dat hij en zijn vrienden Alein en Bliant de enigen zijn die in staat waren het Witte Hert bij te houden. Zij zijn helemaal alleen in het woud. Hij ziet en hoort Sir Robert en de rest van het gezelschap niet meer (Awareness succes). Hij probeert aan zijn voortrazende vrienden duidelijk te maken dat zij nu alleen zijn en alleen de jacht op het Witte Hert moeten afmaken. Bandalaine en Alein raken zo van slag wanneer zij dit begrij-pen, dat zij het Witte Hert willen laten gaan en terug willen keren naar Sir Robert. Zij verlie-zen het Witte Hert uit het oog (Hunting failure. ).
Bandalaine gaat alleen verder met de jacht op het Witte Hert. Alleen hij is in staat om dit dier bij te houden (Hunting succes). Dan houdt het woud plotseling op. Hij staat midden in een grote open plek in de warme lentezon. Het Witte Hert is nergens te bekennen, maar op de open plak staat wel een imposant ridder op een zwart paard in een prachtig harnas. De helm van het harnas is versierd met een hertengewei. De man is omringd door een meute jachthon-den met een witte vacht en lichtbruine oren en snuiten.
Sir Bliant vraagt de vreemde man beleefd of hij het Witte Hert gezien heeft. De man antwoordt: “Het Witte Hert kwam het woud uit, stak deze open plek over en verdween verder het woud in. Maar je hebt dat dier nu lang genoeg achtervolgt, in dat woud is de Wilde Jacht gezien, het is daar te gevaarlijk nu.” Bliant antwoordt: “De Wilde Jacht zijn allemaal feeën en iedereen weet dat zij niet tegen staal kunnen!”
De vreemde ridder gaat verder en zegt: “Keer terug en zorg dat dit niet weer gebeurt.” Dit doet Bliant denken aan wat Koningin Titiana zei tegen Alein en hij vraagt: “Wie zijt gij? En hoe zorg ik dat dit niet weer gebeurt?” De vreemde ridder antwoordt: “Ik ben Sir Arawn, de balans tussen de werelden moet hersteld worden.” Vol vertrouwen antwoord Bliant: “Wij weten al van de balans tussen de werelden. Merlijn de Tovenaar, is al bezig deze te herstel-len.” Arawn roept uit: “Merlijn, de bastaard van onze koning bij een mensenvrouw, leeft hij nog?” Bliant informeert hem: “Merlijn de Tovenaar leeft nog en hij is nog actief en machtig.” Hierop lacht Arawn schamper en zegt: “Machtig! Dat zal best, hij is tenslotte de voorvader van de koninklijke familie van Logres!”
Bliant realiseert zich wat hij hier hoort. Merlijn is de voorvader van Koning Arthur en zijn familie. Hij vraagt zich af of zijn leenheer hier beledigt wordt en hij het zwaard op moet nemen om deze bruut een lesje te leren. Hij vraagt de andere ridder kil om zijn boute uit-spraak te onderbouwen (Reckless succes).
Arawn antwoord: “Igraine, Gravin van Cornwall was de moeder van Arthur. Koning Uther verwekte bij haar Arthur, toen zij nog getrouwd was met Gorlois van Cornwall.” Bliant klinkt ongeduldig, iedereen kent dit verhaal. Arawn gaat verder: “Merlijn de Tovenaar is de vader van Igraine en daarmee de grootvader van Koning Arthur en dus de voorvader van het koninklijk huis van Logres.”
Deze woorden zijn een onthulling voor Bliant, maar hij twijfelt niet aan de woorden van Arawn. Hij probeert nog meer te weten te komen, maar Arawn heeft hem verder niets meer te vertellen (Courtesy failure. ). Als dan het moment komt om afscheid te nemen van de vreemde gehelmde ridder, wil Bliant Sir Arawn uitdagen voor een vriendschappelijk duel, om elkaars krachten te meten (Powergamer Daniël wil meer glory verzamelen via een duel. ). Arawn stemt toe, zij zullen met zwaarden vechten tot de eerste verwonding. Als een echte ridder leent Arawn een zwaard aan Bliant. Daarnaast trekt hij ook zijn uitrusting uit, om ge-lijkwaardig te zijn aan Bliant, die geen metalen uitrusting draagt. het gevecht is ook snel weer voorbij. Arawn deelt met een klap van zijn zwaard zoveel schade uit aan Bliant dat hij moet opgeven. Hij is zelfs zo zwaar gewond dat Arawn hem naar zijn tent brengt om hem daar te verzorgen.
Inmiddels zijn Bandalaine en Alein verdwaalt. Zij zwerven de rest van de dag door het woud en tegen het einde van de middag vinden zij het kamp van Sir Robert weer terug. Bliant is daar niet. Zij vertellen dat zij Bliant zijn kwijtgeraakt tijdens de jacht op het Witte Hert. Men begint zich zorgen te maken om Bliant.
Wanneer de nacht valt is Bliant nog steeds niet teruggekeerd. Sir Robert wil nu naar hem laten zoeken en beveelt zijn mannen om in kleine groepjes het woud in te gaan en te zoe-ken naar een spoor van Bliant. Net wanneer Bandalaine en Alein ook het woud in willen gaan om hun vriend te zoeken, horen zij het gekraak van een opgetuigd paarden gekerm. Het is Bliant die gewond het kamp binnen komt rijden.
Blaint wordt snel door zijn kameraden van zijn paard geholpen en naar een tent gedra-gen. De vrouwen uit het jachtgevolg proberen onmiddellijk zijn wonden te verbinden, maar zij zien dat hij al geholpen is. Terwijl hij verzorgt wordt, brengt hij verslag uit aan Sir Robert en zijn vrienden over zijn avonturen. Hij verteld over zijn jacht op het witte hert en zijn ont-moeting en gevecht met Sir Arawn. De informatie over Merlijn houdt hij nog voor zich.
De naam Arawn brengt een schok teweeg onder zijn toehoorders. In het verre Cymry worden verhalen verteld over Sir Arawn, de heer van de onderwereld die jaagt met zijn meute jachthonden met roden oren en snuit op verloren zielen in de onderwereld. Bandalaine wil nog steeds alle vreemde zaken ontkennen. Hij denkt dat Bliant met zijn paard tegen een boom gereden is.
Wanneer de ridders met hun drieën in een kamer zitten en wat privacy hebben vertelt Bliant hen alles over de onthullingen die Arawn deed aan hem over Merlijn en Koning Art-hur. Bandalaine wil het niet geloven, maar Bliant en Alein geloven de woorden van Arawn wel. Bandalaine zegt: “Als het waar is dat Merlijn de zoon is van een elf en de grootvader van Arthur, betekent dat dan dat de christelijke Koning Arthur besmet is met elfs bloed? Maakt dit voor ons verschil? Heeft hij wel een ziel?” Bandalaine gaat verder: “Mag een Koning die niet volledig menselijk is wel regeren?”
Bliant antwoordt hierop: “Koning Arthur heeft het mandaat van God om ons te rege-ren. Als hij dat niet had, zouden wij allemaal tekenen zien dat God zijn mandaat had ingeno-men.” Alein voegt hieraan toe: “Misschien zijn elfen niet zo slecht als wij dachten. Onze Ko-ning is er deels een.”
Bliant vat alle avonturen nog eens samen: “We zijn al twee keer in elfenland geweest. Beide keren kregen we te horen dat dit niet goed was. Wij moeten weer naar Merlijn om ver-slag uit te brengen, te vragen naar zijn voortgang en onderzoek te doen naar zijn familieban-den.” Bliant wil dat Alein naar Camelot gaat om Merlijn op de hoogte te stellen en onderzoek te doen. Hij denkt dat Alein het beste zijn weg aan het hof kan vinden. Bandalaine wil met de hele groep naar Camelot en Sir Robert daarvoor om toestemming vragen.
De volgende morgen gaat Alein naar Sir Robert om toestemming te vragen naar Ca-melot te vertrekken om Merlijn op de hoogte te stellen. Sir Robert is het daarmee eens. Hij wil ook meer helderheid over wat er gebeurt op zijn grondgebied. Hij wil echter dat alle vier de ridders naar Camelot gaan. Dat zal betekenen dat zij hun reis nog zeker een maand moeten uitstellen omdat Bliant eerst moet genezen.
De volgende dag keert het hele gevolg terug naar Sarum. Bliant wordt vanwege zijn wonden vervoerd in een kar. Zijn wonden zijn nog steeds te ernstig om hem te laten rijden.