Pendragon 2005, sessie 4
Alein: Sander
Bandalaine: Sven
Bliant: Daniël
Chestelaine: Bart
Sessie 4
Na de avonturen van de vorige keer, waarbij Bliant ernstig gewond is geraakt, is de groep nu eindelijk weer terug in Sarum. Bliant is inmiddels hersteld van zijn verwondingen en hij wil samen met zijn vrienden naar Camelot reizen, om daar weer met Merlijn de Tovenaar te spreken over hun ervaringen.
Wanneer de groep aan het pakken is, worden zij door een bediende naar de raadskamer van hun heer, Sir Robert geroepen. Bij hem is een andere man, die zich voorstelt als Hulpsherrif Mark van Amesbury. Hij is gezonden door de Sherrif van Amesbury, omdat daar een aantal moorden zijn gepleegd en niemand weet wie het gedaan heeft en waarom. In de afgelopen 5 maanden zijn er wel 6 moorden gepleegd op boeren uit de omgeving van Amesbury. Mark is bang en vraagt zich hardop af of Sir Brutus Zonder Genade wellicht in de omgeving is. Bliant stelt hem gerust: “Vast niet, dan waren de koeien ook wel verkracht.”
Mark vertelt verder, de slachtoffers zijn allen buiten vermoord. Hij verzucht: “Er waart een gekke moordenaar rond!” Alein probeert hem gerust te stellen met de woorden: “Dat zijn wij ook!”
De volgende dag vertrekt de groep samen met Mark naar Amesbury. Aan het begin van de avond komen zij daar aan. Zij merken meteen dat mensen bang zijn. Op een warme lenteavond zit iedereen binnen en komt er niemand buiten om naar de dappere ridders te kijken. Een walm van angst hangt over het stadje.
De groep ridders wordt verwelkomd door Sherrif Walter van Amesbury. Hij zorgt ervoor dat zij de nacht kunnen doorbrengen in zijn woning en dat er voor de paarden gezorgd kan worden. Hij kan hen ook meer vertellen over de vreemde moorden. De slachtoffers zijn allemaal gedood in de ochtend of avond schemering. De verwondingen waren vreemd. Zij zijn allen doorboord. Het gat in hun borst is groter dan het gat in hun rug.
De volgende ochtend gaat de groep samen met de Sherrif naar het preiveld waar boer Martin is gedood. Hij is daar drie dagen geleden gevonden door zijn familie. Toen heeft de Sherrif zijn heer Sir Robert om hulp gevraagd.
De ridders onderzoeken het preiveld terwijl de weduwe van Martin met haar drie kindertjes angstig toekijkt. Bliant en Bandalaine zien sporen van gespleten hoeven in het veld (Succesvolle awareness check). De sporen zijn groot en zouden afkomstig zijn van een dier zo groot als een paard. Veel te groot voor een hert of een geit. Bandalaine herkent het dier dat deze sporen maakt niet, terwijl hij toch zoveel weet van de jacht (Succesvolle Hunting check).
Bliant: “Dus nu zijn we op zoek naar een hert zo groot als een paard dat boeren doodt?”
Bandalaine: “Een eenhoorn misschien?”
Wanneer de ridders klaar zijn met hun onderzoek in het preiveld, neemt Sherrif Walter hen mee naar de ijskelder van het stadje. Het is een grote put in een klein gebouwtje waarin de winter ijsblokken worden opgeslagen zodat er zomers vlees gekoeld kan worden. Hoewel het laat in de zomer is, ligt er nog steeds ijs en is het er koel. Op een tafel ligt het lichaam van Martin. Martin heeft een vreemde ronde wond die loopt van zijn borst naar zijn rug, hij is volledig doorboord. Bliant en Chestelaine onderzoeken het lichaam en zij komen beiden tot dezelfde conclusie, een eenhoorn (Succesvolle First Aid check).
Breunis en Alein realiseren zich datBlaint en Chestelaine gelijk hebben (Succesvolle Fairy Lore check). De geitenhoeven, de verwondingen door een hoorn, dat wijst allemaal naar een eenhoorn. De enige manier om een eenhoorn te vangen is door hem te lokken met een schone maagd. Breunis voegt daar nog aan toe dat wezens van Fairy nu ook naar de mensenwereld weten te komen. Het verkeer gaat dus twee kanten op.
Blaint: “We gaan op jacht. We hebben een maagd nodig!”
In Amesbury gaat de groep op zoek naar maagd. Maar dat blijkt nog moeilijker dan gedacht. De burgers van Amesbury willen niet dat hun dochters aan het gevaar van ridders en eenhoorns worden blootgesteld. Na wat soebatten weet Sherrif Walter een meisje mee te krijgen, ze heet Katy. Katy is de dochter van een arm gezin en ze is wel wat viezig. De ridders besluiten dat ze de eenhoorn beter kunnen lokken met een schone maagd en laten haar eerst een beetje opknappen door de vroedvrouw van het stadje.
De groep gaat met een bange en huilende Katy naar de Dans der Giganten, een enorm complex van grote megalieten en trilieten die verschillende cirkels vormen op de vlakten bij Amesbury. De ridders zijn enorm onder de indruk wanneer zij dit bouwwerk voor het eerst zien. Er wordt verteld dat Merlijn deze stenen uit Ierland liet halen om het graf van Uther en Ambrosius mee te markeren. Uther was de vader van Koning Arthur.
De groep wil Katy achterlaten bij een steen in het midden van cirkel en dan zelf in een hinderlaag te gaan liggen en te wachten tot de eenhoorn komen en hem dan aan te vallen. Wanneer de ridders wegrijden om een plekje te zoeken, hoort Bandalaine Katy huilen. Dit werkt hem op het gemoed en hij wil terugrijden om haar gezelschap te houden. Ze is tenslotte nog maar 12 (Succesvolle Merciful check).
Wanneer Bandalaine het meisje genaderd is, maar haar nog niet kan zien tussen de stenen, hoort hij haar plotseling lachen. En praten, de eenhoorn heeft haar gevonden. De andere ridders hoorden dit ook. Zij komen meteen in gestrekte galop naar de steencirkel toe. Wanneer de eenhoorn de ridder ziet, valt hij meteen woedend aan. Alein en Bandalaine proberen hem te doden, maar het is Bliant die dit magnifieke dier doodt. Met een welgemikte stoot van zijn wapen doorboort hij het hart van het dier, zoals het ook met zijn slachtoffers deed (Lance critical).
De groep is opgetogen dat de doder van de boeren nu is uitgeschakeld. Verder zijn zij ook blij dat zij de eenhoorn uitgeschakeld hebben, dit zal hen veel Glorie opleveren in de ogen van de wereld (Zo ambitieus zijn ze dan ook wel weer. ). Katy moet echter hard huilen. De eenhoorn was mooi en lief en nu is hij dood.
In Amesbury krijgen de ridders veel lof van de burgers en de Sherrif. Zij zijn blij met de dood van deze moordenaar. De ridders willen zo snel mogelijk terug naar Sir Robert, om hem de eenhoorn te overhandigen en door te reizen naar Camelot, waar zij willen spreken met Merlijn de Tovenaar over deze onrustbarende ontwikkelingen.
Bij Sir Robert aangekomen doen zij verslag van hun avonturen. Dan concluderen zij dat het verkeer tussen de twee werelden nu tweekanten opgaat. Bovendien is boeren doden niet echt normaal gedrag voor eenhoorns. Sir Robert heeft een verassing voor de ridders. Merlijn is in Sarum! De ridders zijn blij dat Merlijn naar hen is toegekomen en dat zij nu niet naar hem toe hoeven te gaan. Zij vertellen hem wat zij het afgelopen jaar hebben meegemaakt. Zij vertellen over de jacht op het Witte Hert, de ontmoeting met Sir Arawn en de eenhoorn in Amesbury.
Dan suggereert Alein dat Sir Robert de kamer verlaat, zodat de ridders vrijuit kunnen spreken over hun ervaringen (Succesvolle Courtesy check). Wanneer de ridders alleen zijn met Merlijn, vragen zij hem naar zijn familierelatie met Arthur, de Koning. Bliant vertelt dat Sir Arawn de verantwoordelijkheid voor de problemen bij Merlijn legt.
Merlijn ontkent dat hij de oorzaak is van alle problemen. Hij waarschuwt de jonge ridders voor de onbetrouwbaarheid van Arawn, die tenslotte Heer van de Onderwereld is (Na deze dooddoener vragen de ridders ook niet verder naar de familiebanden. ). Bliant blijft erbij dat de eenhoorn mensen doodde, wat geen normaal gedrag is voor een eenhoorn.
Merlijn snoert hen allen de mond met de boodschap dat hij een einde aan al hun problemen kan maken. Daarvoor moet hij een gevaarlijke ceremonie uitvoeren bij de Dans der Giganten. Daarbij heeft hij hulp en bescherming nodig, die heeft hij van de ridders. De ridders reageren verbaast, waarom worden hiervoor geen stoere ridders met ervaring gebruikt als Sir Lancelot of Sir Tristan. Merlijn antwoordt: “Ik zag het ook liever anders, maar iedereen is druk.”